ZIJ FLUITEN NIET MEER

Het is winter maar de vogels hebben daar lak aan. Ze fluiten en zingen dat het een lieve lust is, ze hoppen van tak naar tak en beginnen straks aan hun nesten.
Ergens huilt een kind. Zijn vader en moeder werden opgeblazen.
Het is winter maar er loopt een jonge vrouw op het voetpad, ze is in korte mouwen en draagt een fleurig rokje. “Het is feest,” zegt ze.
Ergens huilt een moeder. Haar kind werd doodgeboren. Het ligt nog bij haar. Er was niemand, er is niemand. Ze hoort het leven buiten haar tent. Ze wou dat zij zelf elders geboren was.
Ze spreken over sneeuw, maar de bloesem zal niet lang meer op zich laten wachten.
Ergens heeft een kind geen speelgoed. Datzelfde kind heeft geen ouders, geen broers of zussen, geen ooms en tantes. Het kind heeft niemand en zit op een hoop stenen. Het meet de horizon.

Het is winter maar de vogels hebben daar lak aan. Ze fluiten en zingen dat het een lieve lust is, ze hoppen van tak naar tak en beginnen straks aan hun nesten.
Ergens zit een vrouw, alleen. Ze overdenkt haar leven. De kinderen zijn het huis uit, haar man is overleden. Ze beseft dat ze niet mag klagen.
Elders zit een jonge man in de gevangenis. Hij heeft niks misdaan. Hij wacht geduldig maar huilt. Hij ziet het licht van de lente maar kan het niet aanraken.
Hier en daar doet een rijkaard een grote daad. Zo kunnen honderd dakloze kinderen naar school. Zo krijgen zij, in de wintermaanden, een onderkomen. Zo kregen zij een dikke trui en een paar schoenen.
Hier en daar ligt iemand, uitgemergeld. De anderen lopen over hem of haar heen. Diezelfde anderen zien hem of haar niet eens liggen – ze zijn het gewoon.
Hier en daar huilt een kind.
Hier en daar is er meer dan we ooit zullen weten, dan we ooit zullen willen zien.

Het is winter maar de vogels hebben daar lak aan, tot een van de vogels niet meer kan vliegen. Hij is ziek, zegt de vogeldokter. Zware metalen hebben zijn vleugels aangetast en nee, hij zal nooit meer kunnen vliegen.
Hier en daar wordt het groene nooit meer groen.
Hier en daar wordt de lucht nooit meer lucht en kan de bevolking niet ademen zoals het hoort. De mensen dragen maskers, maar het is te laat – hun longen zijn eeuwig ziek.
Hier en daar is het ijs voorgoed zwart en de zee voorgoed olie.

Het is winter maar de vogels hebben daar lak aan, behalve die ene met de vleugels vol zware metalen, en nog een andere, en nog een andere. Zij zitten of liggen waar ze zitten of liggen. Zij fluiten niet meer.

bericht

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s