NOG KLEUREN

LeWitt05
“Een mens zou er vrolijk van worden. “
“Van wat, Jef?”
“Van al die kleuren.”
“Ja maar, Jef, je begreep het toch niet?”
“Nee, Nikki, nog altijd niet.”
“En wat zei je, Jef? Dat je er vrolijk van wordt?”
“Ha ja hé Nikki!”
“Dat is dan goed hé Jef?”
“Ja hoor Nikki. Vrolijkdronken ben ik, Nikki.”
“Heb je gedronken, Jef?”
“Ja, Nikki. Hahaha! Water! Ik heb veel water gedronken!”

Afbeelding: Sol Lewitt, Wall Drawing 958, Splat, detail from Mass MoCA, November 2000, Acrylic paint, LeWitt Collection, Chester, Connecticut.
Bron: http://arttattler.com/archivesollewitt.html

KLEUREN

sol lewitt whirls and twirls

“Helaba!
Helaba, zeg ik!
Niemand reageert.
Waarom luisteren ze niet? Nu ja. Ik zal dan nog maar wat naar die prent kijken. Die prent, ja. Ik zal nog eens goed kijken. Ik begrijp haar niet. Is dat een kunstwerk? Maar dat is toch een muur? Een kunstwerk op een muur? Maar waarom? En hoe moet die verhuisd worden? Kunstwerken moeten toch naar een ander museum kunnen? Ze moeten die toch kunnen opheffen? Maar dit? Op een muur? Ik snap er niks van. Maar de kleuren vind ik tof, dat wel. Mooi, ook. Kleurrijk, in ieder geval. Ik zou er zelf door beginnen kleuren, als ik het zou kunnen!
Ha nee, ik kan niet kleuren. Ik heb zelfs geen kleurpotloden, en daarbij, ik zou niet weten waarom! Ik ben een volwassen mens! Nee nee, ik kleur niet.”

Afbeelding : Sol LeWitt, Wall Drawing 1152, Whirls and twirls (Met), detail, April 2005, Acrylic paint, LeWitt Collection, Chester, Connecticut.
http://arttattler.com/archivesollewitt.html

OGEN

HORDE DANIEL RICHTER

“Ze staren me aan.”
“Wie, Jef?”
“Die mensen. Ik ken hen niet. Ze staren me aan en ik weet niet waarom.”
“Ja maar, Jef, nu toch niet?”
“Jawel.”
“Maar hier zijn geen mensen, Jef. Alleen jij en ik.”
“Jawel, ze achtervolgen me.”
“Jef, wat mankeert er?”
“Niks. Alleen maar die mensen. Ze staarden me aan, daarna volgden ze me en ze bleven me aanstaren, ook nu nog.”
“Jef, wees gerust, hier is niemand.”
“Dat weet ik. Maar ik voel hun ogen. Ze branden. Ze branden op mij. Het is net of ze zijn hier in mijn kamer en ze staren me aan en misschien blijf ik dat nu voor altijd voelen en denken.”

JEF OVER DE KILO’S BOEKEN

“Tja, de dikke boeken. Staat daar de waarheid in, denk je? Waarschijnlijk wel, ergens. Waar? Nee, dat weet ik niet.
Ik? Ik kijk liever naar de bomen of naar de lucht. Of naar de straat en de mensen en de auto’s. Naar het gras van de overburen. Groen gras hebben zij, maar ikzelf ook hoor.
Nee, die boeken zijn niks voor mij. Laat anderen maar al die kilo’s lezen en wijs zijn. Wijs, wijzer, nog wijzer, allerwijst. Of hoe moet ik dat zeggen?
Ja, de professor. Die las een paar kilo per dag. Hij was een goede vriend, ik mis hem. Hij grapte er soms over, over hoeveel pond of kilo hij gelezen had. En dat hij zich kon begraven in boeken, dat zei hij.”

GENOEG

arvo part 3
“Zij bidden, Nikki.”
“Ja Jef.”
“Ik bid nooit.”
“Nee, Jef?”
“Nee, nooit.”
“Misschien zijn jouw gedachten gebeden, Jef?”
“Ja, Nikki, misschien. Sommige gedachten. Zachte gedachten. De dingen die ik stil en zacht denk. De dingen die ik stil en zacht wens.”
“Wat wens je voor jezelf, Jef?”
“Niks voor mezelf, Nikki. Wel voor mijn vriend de professor, toen hij ziek was. Voor de buurvrouw die geen werk vond. Voor het zieke kind van een andere vriend.”
“Niets voor jezelf, Jef?”
“Nee, Nikki. Ik heb genoeg.”
“Ja hé, Jef? Pratende paarden!”
“Inderdaad, Nikki. Ik heb mijn pratende paarden. En je hoeft daar niet mee te lachen.”
“Maar ik lach toch niet, Jef?”
“Nee, Nikki. Alleen maar bijna.”
“Nee hoor, Jef, ik zou niet durven.”

(afb: still uit een documentaire die ondertussen niet meer online staat)

EN OVER, EN OVER

“En over de liefde, Jef.”
“Ja, Nikki. Daar moesten we het nog ’s over hebben. En over vriendschap. Weet je, ik vind dat ze dat van in de lagere school moeten onderwijzen. Een lesuur per week. Een leven lang les.”
“Wat, Jef?”
“Over liefde en vriendschap. Maar ook over haat. Over macht, over angst, over aandacht, over egoïsme en altruïsme en al hun soorten. Iedereen zou les moeten krijgen over al die dingen. Eeuwig.”
“Ja, en wat dan, Jef?”
“Dan zou de wereld anders zijn, denk ik. Dan zouden de mensen anders zijn. We zouden beter begrijpen. Misschien. Nee, in ieder geval. Maar bon, ik ben maar een gepensioneerde melkboer en niemand zal naar mijn raad luisteren. Ha.”
“Tja, Jef.”
“En over eenzaamheid, Nikki. Maar ook over verslavingen. Over dromen, ook.”
Jef neemt zijn pijp, rookt en kijkt naar de voorbijgangers.
Nikki staat op en gaat naar huis.

hopper rooms by the sea
Edward Hopper, 1951, Rooms by the sea.

VERDRIET

“Wat is er, Nikki? Waarom ben je verdrietig?”
“Om hem, Jef.”
“Jouw vriend?”
“Ja, Jef.”
“Waarom, Nikki?”
“Ach, Jef. Hij beloofde me het mooiste jaar van mijn leven, maar ik zag hem niet meer. Hij lijkt van de aardbodem verdwenen.”
“Misschien is hij ziek, Nikki?”
“Nee, Jef, hij is niet ziek. En ik weet dat hij thuis is.”
“Bel hem?”
“Nee, Jef, ik bel hem niet.”
“Ben je nu alleen, Nikki?”
“Ja, Jef. Alleen.”
“Maar je hebt mij hé Nikki?”
“Ja, Jef, ik heb jou.”

THE SKY IS THE LIMIT, ISN’T IT.

Het was een klein trekje met de linker neusvleugel, niks anders. Heeft iemand dat ooit bij hem gezien, denk je? Dat kleine trekje? De neusvleugel bewoog amper, zou hij het zelf ooit gevoeld hebben?

Ondertussen? Ondertussen keek Jef naar de stapstenen en naar het asfalt van de straat. Hij zag het begin van een mierenkolonie. Nikki vroeg wat hij deed en Jef zei: “Ik kijk.”

Ondertussen? Ondertussen staat de andere man op een hoek van een kruispunt. Hij draait in het rond en neemt alles wat hij ziet in zich op. The Lady in Red, een half zebrapad, een barst in een gevel, een nieuwe laag verf op een oude voordeur, een jong koppel, een auto met een lekke band, een vuilniswagen, een rokende vuilnisman, azalea’s, een lege visbokaal bij het afval, een file in een straat, een andere, lege straat, zes, nee zeven wegwijzers, een postbode op een scooter, de openstaande deur van een slagerij, een vrouw met een boodschappentas.

Ondertussen? Ondertussen staat de maan nog vol aan de heldere hemel. Het is een zeldzaam iets, is het niet?

Ondertussen? Ondertussen droomt zij van de watervallen van Iguassu. Ze herinnert zich het pad met de papegaaien alsof het niks was. Met de helikopter wou ze niet, zei ze. Het was veel te duur, natuurlijk, maar het uitzicht was ook zo al overweldigend, waarom moest het dan nog verbeterd worden? Kon het wel verbeterd worden?

Ondertussen? Ondertussen ergens een man op een fiets. Hij rijdt naar de lagere school. Hij moet zijn zoontje ophalen.

De neusvleugel bewoog amper.

Ondertussen een bron die flessenwater wordt. Het merk wordt geëxploiteerd, geëxporteerd, vermenigvuldigd, verbeterd, nog verbeterd, voort gecommercialiseerd voor de wereldwijde markt, men verandert het etiket, men vertaalt, men berekent de kosten en de winsten, de aandeelhouders, het management.

Ondertussen? Een kleine man, zo noemen ze hem, hij is vier, hij heeft een verfborstel en gebruikt bij voorkeur blauw en wit en op die leeftijd heeft hij al weet van de ijskristallen, hij houdt het hoofd schuin en schildert, even later stopt hij en zet hij het volume van de radio luider, hij luistert naar het weerbericht, het hoofd nu schuin in de andere richting.

Ondertussen? Ondertussen werd de mierenkolonie beter zichtbaar, ergens bouwen ze maar niemand weet waar.

Het was een klein trekje met de linker neusvleugel, niks anders. Heeft iemand dat kleine trekje ooit gezien, denk je?

normandy
Normandië, de verandering van het licht. oude foto van mezelf (herh.)

TERESA

‘Is Vic there?’, maar er is niemand. Jef neuriet de song. Waar was hij ook weer toen hij die de laatste keer hoorde?
‘Is Vic there, is Vic there’ neuriet Jef nog, maar verder geraakt hij niet. Hij ziet Nikki voorbijlopen, zou ze op bezoek komen?

Jef roffelt met zijn vingers op het tafelblad. Vic is not there en Nikki ook niet. Jef neemt zijn tabak en zijn pijp, loopt de keuken in en zoekt net zoals gisteren de lucifers, keert terug naar de sofa en duwt op de knop van de afstandsbediening. Hij kent de omroepster niet, ze is nieuw. ‘Teresa’, zegt het scherm.
“Dag Teresa,” zegt Jef.