Deze is beter dan de vorige. Deze is 36.8 graden Celsius en voelt veel beter aan dan die van 35.4 van vorige week.
Deze beweegt ook minder. Hij ligt urenlang in de sofa, leest zonder achtergrondmuziek en hij kijkt naar aangename televisieprogramma’s waarvan de zachte geluiden net tot bij mij kunnen doordringen. Ik geniet mee. Geen geschal, geen luid gelach, geen decibelrondstrooiende rockconcerten. Deze is veel beter dan de vorige. Een verademing, zelfs bijna een paradijs.
Maar vanochtend ben ik toch geschrokken. Ik werd hardhandig wakker geschud. Voor het eerst in vier dagen tijd vond mijn gastheer, dat hij rondjes moest lopen. Hij liep en ik werd ondersteboven gegooid. U vindt dat grappig? Ik niet. Hij mag vanzelfsprekend iets aan zijn conditie doen, maar had ik dit op voorhand geweten, dan had ik me eerst even uit de voeten gemaakt. Welke dag is het vandaag? Zondag? Zou hij dit iedere zondagochtend doen? Ik zal me alvast wapenen tegen volgende week, en zorgen dat ik bij zonsopgang tijdelijk een ander onderkomen gevonden heb. Als ik me niet vergis heeft hij een hond. Honden zijn lekker warm. Ik zal voor een paar uur dat beest als gastheer gebruiken en van daaruit zal ik de sportieve bezigheden van de andere in de gaten houden. Want dat rennen en daveren en schudden, dat wil ik absoluut vermijden.
Maar zoals ik al zei; ik mag niet klagen. Hij houdt zich meestal kalm en kijkt en luistert naar rustige programma’s. Ook als hij aan het werk is, word ik zelden gestoord; hij zit veel, hij telefoneert of praat altijd met zachte stem en hij maakt zelden gehaaste of schokkende bewegingen. Ideaal. Ik blijf hier een paar maanden. En op zondagochtend zal ik de hond opzoeken. Ik hoop dat dat beest oud is, en zelden beweegt.
CAMION
Zegt de ene camion tegen de andere:
Ik ben hier.
Zegt de andere:
Niks van, ik ben hier.
Uit de weg, jij!
Nee, jij!
Nee, want ik ben groter!
Nee, want ik ben zwaarder!
Nee, want mijn inhoud!
Nee, want de mijne!
Wat dan?
Goud!
Pfff, die van mij: wit goud!
Ja, maar ik soms olie!
Ja, maar ik soms nog meer olie!
Kan me niet schelen! Ik ben de beste!
Nee, ik!
Nee, ik! Uit de weg!
Nee!
Ik ook niet!
Niet dan!
Niet dan!
WMM – KIJK!
(foto: PJW – Gotland, Sweden)
Het windmolenmannetje ziet de auto’s voorbijrijden.
Hij weet dat er vaak kinderen in die auto’s zitten en dat zij een spelletje spelen of door het raampje kijken.
Als ze het windmolenmannetje zien, dan zeggen ze “Kijk! Het windmolenmannetje!”
DRONKEN VAN (REEKS: LAZARUS)
‘Ik hou van jou, ik wil je niet missen, ik ben dronken van liefde,’ zei ze.
Omdat ze me maar bleef bellen en sms’en gaf ik haar uiteindelijk vijfhonderd euro.
‘Hier, mens.’
Ze kalmeerde en ik hoorde haar twee dagen niet. Ik dacht dat het gewerkt had. Niks van. Het duurde niet lang of ze stond daar terug, het geld was al op en ze zei dat ze me de knapste en liefste man van de wereld vond en dat ze eeuwig en altijd bij mij wou zijn en dat onze liefde de grootste aller tijden was. Ik gaf haar nog eens vijfhonderd euro en ze verdween weer.
Een dag of vier later vroeg ze vlakaf om nog meer geld. Ze hing aan mijn lijf. Ik heb haar weggeduwd en gezegd dat mijn geld op was. Ze geloofde me niet en heeft wat staan grienen en zeuren, nog altijd over de liefde en hoe graag ze me wel zag en ik haar ook, maar dat ik het niet besefte en ik heb haar nog eens weggeduwd en gezegd dat ik haar een lelijk monster en een stomme trut vond. Dat is niet helemaal waar, maar het werkte en ik heb haar niet meer gehoord of gezien.
GEKRIJS
Ik vind hun gekrijs afschuwelijk. Ik denk dat ze familie zijn van de duiven.
Ha, ha, dat kan bijna niet anders. Misschien, lang geleden.
Ja, en ze schijten ook alles vol. En dat eeuwige gekrijs. Ik hou daar niet van.
Nee en van duiven hou je ook niet.
Nee. Kom, we gaan naar beneden. Ik wil beter kijken. Misschien ligt de boot van Peter er.
Maar dat mag niet!
Och toe. Het deurtje is open. Kom.
Maar het is niet toegelaten. ‘Enkel voor boothouders,’ staat er.
Ik heb een boot.
Ja, maar die ligt hier niet.
Nu niet. Kom.
Wel een slim systeem hé, die pontons.
Ja. Simpel en goed.
Eb en vloed.
Ja.
Daar, weer, een massa meeuwen.
Het gekrijs. Zulke lelijke beesten.
SCHETSBOEK TOT DE TIENDE (HERH)
(afbeelding: Saul Leiter, sketchbook)
Het is een oefening als een ander
drie, zes, negen, twaalf
Ik ben een telraam
vier, acht, twaalf, zestien
ik repeteer
twee, vier, zes, acht
ik speel – even – haasje over
vijf, vijftien, vijfentwintig
ik jongleer
drie, twee, vijf, drie,
ik repeteer
tien, twintig, dertig, veertig
ik roep luidop
honderd, tweehonderd, driehonderd
ik schrijf het neer
a, b, c maal honderdduizend
ik huppel en dans
acht, zestien, vierentwintig
ik vergeet
nul
en tel weer
drie tot de achtste
en voort
tot de vijftigste
en voort
tot oneindig
(herh. dd. 13/1/2014. Soms moet een mens eens in herhaling vallen)
WMM – LUISTEREN
(foto: PJW – Spanje)
Het windmolenmannetje is klein.
Zo klein dat je goed moet kijken om hem te kunnen zien.
Hij staat vaak aan de voet van een van de witte windmolens en luistert dan naar het geluid van de waaiende wieken.
GROOT
ZE STAAT DAAR WEER
Ze staat daar vaak.
Ze rookt.
Ze kijkt naar de voorbijgangers, ze kijkt naar de auto’s, ze kijkt recht voor zich uit zonder naar iets specifieks te kijken. Ze trekt aan haar sigaret, ze inhaleert, ze blaast de rook terug uit, wacht even, trekt, inhaleert, blaast uit. Ze kijkt naar het brandende puntje, klopt wat asse af, kijkt naar het brandende puntje, trekt aan de sigaret, inhaleert, blaast.
Een kind fietst voorbij.
Het steekt de hand op en roept haar iets toe.
Ze glimlacht en wuift.
Ze trekt nog eens, gooit de peuk in de goot en gaat naar binnen.
Een uur later staat ze daar terug.
DE KRIJTSTREPEN
Secretaris, wat vond je er van? Heb ik rake woorden gezegd, of niet? En ze waren toch erg aandachtig? Met hoeveel waren ze? Hoeveel, zeg je? Dertig procent meer dan gisteren? Niet meer? Ben je zeker? Dat valt wat tegen. Morgen wil ik veertig procent meer. Dan vandaag. En ik vind dat de rijen wat rechter moeten zijn. Misschien moeten we de krijtstrepen duidelijker trekken? Ja, al zeg ik het zelf, dat is een goed idee, zeg tegen de volgers dat ze dikkere krijtstrepen moeten trekken. Misschien gele in plaats van die witte van deze week. Ja ik denk wel dat dat zal helpen. En ik wil een andere microfoon. Noteer dat maar. Nee, noteer een hele nieuwe geluidsinstallatie. Wat zeg je? Dat weet ik niet, man. Jij bent de secretaris, zorg er voor. Ik wil dat het in orde is tegen morgen. En andere inkt voor de prospectussen. Ander papier, ook. Wat? Het moet gezag uitstralen, natuurlijk. Papier? Ja, natuurlijk kan dat, ben jij dom of wat? Zorg er voor. Ik zal het wel bekijken en goedkeuren. En ik wil morgen veertig procent meer, vergeet dat niet. Zet de ronselmolen onmiddellijk in gang. Nu. Wat doe je hier nog? Starten, zeg ik.
(Ik denk dat dit een nieuwe reeks wordt. Reeks nummer 8651. ‘De Krijtstrepen’. De ‘De’ moet. Wie weet. Goeie titel, goed idee. We’ll see.)



