EEN SIGAAR

“Een sigaar, Nikki.”
“Geen pijp, Jef?”
“Nee, Nikki. Vandaag doe ik in sigaren.”

Snow Storm - Steam-Boat off a Harbour's Mouth exhibited 1842 by Joseph Mallord William Turner 1775-1851
JMW Turner, Snow Storm – Steam-Boat off a Harbour’s Mouth
(keuze pic vanwege het licht)

PARTY

“Mien waar is m’n feestneus, Mien waar is m’n neus?”
“Jef, wat doe je?”
“Dat hoor je toch, Nikki? Ik zing.”
“Over jouw feestneus, Jef?”
“Ja, Nikki. Ik zoek hem. Geen idee of ik hem zal vinden.”

‘EI’

“Kort.”
“Kort?”
“Ja Nikki, kort.”
“Zoals ‘wei’, Jef?”
“En zoals ‘dit’, Nikki.”
“En ‘ei’, Jef?”
“Kik, Nikki.”
“Hahaha! Dot, Jef.”
“Mat, Nikki.”
“Lol, Jef.”

STEENRIJK

“De Bank.”
“Wat is er met de bank, Jef?”
“Ze Bewaart Mijn Geld.”
“Waarom zeg je dat met hoofdletters, Jef?”
“Omdat ik Zin had in Hoofdletters, Nikki. En Omdat het Mijn Geld is.”
“Jouw geld, Jef, ja. Ben jij rijk, Jef?”
“O ja Nikki, Steenrijk. Ik ben ongeveer Duizend Euro Rijk. Dat zijn veel stenen, Nikki.”
“Stenen, Jef?”
“Ja, Nikki. Veel. ‘Steenrijk’, begrijp je? Ik heb Honderden Honderden Duizenden Stenen. Keien, bijvoorbeeld, in de rivier, en het is een mooie dag en ik zit op de oever en ik kijk naar het water, en naar de stenen. Steenrijk, dat ben ik.”

PETERSELIE, BEGOT

en zouden ze niet beter wat in hunnen hof gaan zitten, in plaats van op die verkiezingsborden te hangen? Geen mens die al die beloftes en slogans nog gelooft, ik zeker niet, ik wil zelfs niet gaan stemmen, maar ja, ik zal wel moeten.
Welke kleur? Groen, zeker?
Waarom? Omdat ik het niet weet. Omdat groen de kleur van de bomen is? Van de bomen in de lénte en in de zomer? Niks herfst, niks winter, ik kies voor lente en zomer en voor sla en boontjes en peterselie, begot, een mens zou van minder.
(zegt Jef)

Lucian Freud garden-notting-hill-gate
Lucian Freud, 1997, Garden, Notting Hill Gate

VEDERGEWICHT

“Zucht.”
“Wat, Jef?”
“ ‘Zucht’, zei ik.”
“Ja Jef, ik heb het gehoord. Maar waarom?”
“Omdat ik moe ben, Nikki.”
“Waarom ben je moe, Jef?”
(stilte)
(stilte)
“Het gewicht van de lucht, Nikki.”
“Ja maar Jef, de lucht weegt toch niks?”
“Nee Nikki, de lucht weegt niks.”

SOEPEL

“Niks, ik kan geen piano spelen, soms denk ik dat ik het kan en dan bewegen mijn vingers, ze lijken jong en soepel en ze bewegen mee met de klanken van de watervallen van Chopin, ken je Chopin?”
“Ja, Jef, ik ken de naam maar zijn muziek ken ik niet.”
“Vooral piano. Meer weet ik niet. Misschien componeerde hij ook voor andere instrumenten maar als ik zijn naam hoor, dan denk ik ‘piano’ en ‘waterval’. Altijd.”
Jef neuriet, Nikki luistert.
“Nee, Jef, ik ken dat niet. Ben jij een muziekkenner dan?”
“Nee, Nikki, ik ken niks, ik weet niks, ik hoor alleen de watervallen in de muziek, en soms de rivieren.”

square three
ill: Marc Van Eenaeme, ‘Square three’.

AAP

“Als een aap in een boom. Ik zal wat slingeren. Dus: ik verhuis. Ik huur een camion, ik laad mijn meubels in, ik kies een onbewoond eiland, ik zet mijn sofa, mijn tafel en mijn bed daar. Om het uur slinger ik, om het andere uur zwem ik, om het nog andere uur zit ik gewoon maar over de oceaan te staren. En ik neem de paarden mee.”
(zegt Jef)

square two
ill: Marc Van Eenaeme, ‘Square two’.

ACHTER

“Een etentje.”
“Jef, wat zeg je? Je murmelt.”
“Een etentje, Nikki. Het was op een etentje.”
“Wat, Jef?”
“Ergens in Brussel. Het was warm in het restaurant. Het was er druk. Ik vluchtte naar buiten – er was een terras. En zicht op achterkanten van appartementsgebouwen. Vuilniszakken. Vergeten wasgoed. Een bal. Klimop. Muurbloemen.”
“Ja, Jef?”
“Tja, Nikki. Het uitzicht op de appartementen van al die mensen raakte me. Net alsof ik duizenden foto’s van achterkanten van levens zag. Vergeten achteraanzichten. Gespikkeld bruin en grijs en zwart en hier en daar een bal en een windvlieger, of een batmankostuum – de kleuren van de kinderen, ook zij zaten in die achteraanzichten.”

square one
ill: Marc Van Eenaeme, ‘Square one’.

DREK

“Viezigheid, vuiligheid, stank, beschimmelde proppen papier, nooit verdwijnende pampers, smeerlapperij.”
“Jef, wat is er aan de hand?”
“Het is een hoop drek, Nikki. Al ons afval. Het is drek.”
“Ja maar, Jef!?”
“Niks te maren, Nikki. We kopen een stuk vlees, een krop sla, we steken alles in een plastiek zak, nemen het mee naar huis, doen er dit en dat mee en het afval is drek.”
“Ja maar, Jef!”
“Niks, Nikki. Een spoor van drek, dat laten we na. Verpakkingen, autobanden, uitlaatgassen.”
“Jef, maar je moet dat uit je hoofd zetten. Je moet toch eten, je moet toch rijden, soms?”
“Ja, Nikki. We moeten vanalles. En de drek blijft en drijft boven.”

Ref: Don DeLillo, Onderwereld, blz. 302+

249 Bram klein
Illustratie: Bram Brioen, voor Merel en Mus.