DE REVOLUTIE

stefaan debreuck
Foto: Stefaan Debreuck

Dit is ons nieuwe model.
Koor: Ooooh!
Hij blinkt.
Koor: Ja!
Hij is baanbrekend.
Koor: Ja!
Hij is ongezien.
Koor: Ja!
Hij zal de concurrentie platwalsen.
Koor: Ja!
Hij zal alle verkooprecords verpulveren.
Koor: Ja!
Hij rijdt het beste van allemaal!
Koor: Ja!
Hij verbruikt het minste van allemaal!
Koor: Ja!
Hij heeft de beste prestaties.
Koor: Ja!
Hij heeft de nieuwste technologieën!
Koor: Ja!
Hij is de beste, de innovatiefste, de mooiste!
Koor: Ja!
Enkel metaalkleuren.
Koor: Ja!
De beste prijs!
Koor: Ja!
Het minste onderhoud.
Koor: Ja!
Het beste gevoel voor de chauffeur.
Koor: Ja!
Hij staat ons op ons lijf geschreven!
Koor: Ja!
Hij staat iedereen op het lijf geschreven!
Koor: Ja!
Hij is een droom die werkelijkheid wordt.
Koor: Ja!
Hij wint gegarandeerd de prijs van het jaar!
Koor: Ja.
Hij zal de geschiedenis ingaan als de revolutie!
Koor: Ja!
Hij is nu al leverbaar.
Koor: Ja!
Jullie moeten hem kopen!
Koor: Ja!
Jullie moeten je haasten!
Koor: Ja!

KAMER 202

MUNCH SCHREINER
‘Le professeur K.E. Schreiner, qui s’efforçait de guérir Munch de sa névrose et de ses insomnies, trouva en lui un patient extrêmement récalcitrant qui craignait de perdre son élan créateur – témoin un autoportrait, un dessin dans la tradition de la « Leçon d’anatomie », où il se représente allongé sur une table de dissection, la poitrine béante, face au docteur Schreiner. Sa force morale est évidente ici : qui, osant regarder la réalité en face, a le courage, en outre, de la représenter aussi crûment ?’
Tektst + afb.: Blz. 94-95 in J.P. Hodin, ‘Edvard Munch’, Traduit de l’anglais par Catherine Cheval.

. Geef me mijn pantoffels.
. Geef me mijn krant.
. Roep de verpleegster.
. Haal de dokter.
. Zet die bloemen ergens anders.
. Breng dat flesje mee.
. Doe niet zo stom.
. Zwijg.
. Ik weet het beter.
. Ik weet het beter dan iedereen.
. Ik zal het toch wel weten, zeker?
. Hier, steek dat weg.
. Kom om zeven uur terug.
. Hoezo, dat gaat niet?
. Dat moet.
. Help me.
. Ik slaap niet ’s nachts.
. Breng die pillen mee.
. Je moet.
. Help me.
. Zwijg.
. Waar is mijn krant?
. Je kent er niks van.
. Ik zal jou eens wat vertellen.
. Verdomme.
. Klote.
. Help me.
. Zwijg.
. Help me.
. Zwijg.
. Help me.

 

DUIVENMELKER

PICASSO PIGEONSPablo Picasso, The Pigeons, Cannes, 1957.

Vijf duiven? Waarom?
Ik wil duivenmelker worden.
Hoe kom je daar bij?
Gewoon. Ik wil duivenmelker worden. Al lang. En nu zal ik dat doen. Ik wil met vijf duiven beginnen. Lid worden van een duivenvereniging. Er meer over lezen, veel meer. Er met de andere leden van de vereniging over praten. Aan wedstrijden deelnemen.
Is de duivensport niet duur?
Ja, dat kan. Maar ik heb geld. En ik begin met amper vijf duiven.
En een hok?
Ja. Ik koop dat, kant en klaar.
Bestaat dat dan?
Ja, natuurlijk.
Wat vindt jouw vrouw ervan?
Niks. Die zegt dat ik moet doen wat ik wil doen. Het is mijn leven, zegt ze.
En jij wilt duivenmelker worden.
Ja. Duivenmelker zal ik zijn.

MINI 6 TOT 10 – GELUKKIG

blue-sheet-music
Kieslowski, ‘Trois Couleurs: Bleu’. Still uit de film via google en http://www.jonathanrosenbaum.net/1994/02/eurofilm/ (‘Must see,’ schrijft ‘m)

 

Drup, drup.

Frankrijk natuurlijk. Parijs.

Gelukkig.

Ze veegde.

‘Maar neen,’ zei ze.

MINI 1 TOT 5

pierre soulages
Pierre Soulages, Peinture 202×452 cm, 29 juin 1979
Diptyque, Huile sur toile

 

Ze legde het mes terug op de tafel.

Twee meter zou moeten volstaan.

‘Nee, dat touw is niet dik genoeg,’ zei hij.

Ik heb nieuwe bovenburen. Twee mannen en een vrouw. Echt.

Zwart.

WMM – LICHT

pjw 5 gotland sweden

(foto: PJW – Gotland, Sweden)

‘Oei,’ zegt het mannetje. ‘Zo veel wolken. Waar blijft het licht?’

En minder dan een minuut later:
‘Aha,’ zegt hij. ‘Daar is het.’

VROUWEN VISSEN

1882 Birch Trees in the Autumn oil on cardboard 39 x 31 cm Private Collection
Edvard Munch, 1882 Birch Trees in the Autumn oil on cardboard 39 x 31 cm Private Collection
Via Google maar ook via PoulWebb.

Ze ging naar buiten. Jan liep haar achterna.
Wat doe je? Waarom blijf je niet bij ons?
Omdat ik buiten wil zijn.
Waarom?
Voor de lucht. Voor het uitzicht.
Ja maar, het was net zo gezellig.
Ik wil buiten zijn. Kijk eens naar de bomen.
Bomen? Wat is er met de bomen?
Ze zijn mooi.
Het zijn gewoon maar bomen hoor.
Ja, en ze zijn mooi. Ik ga maar ’s wandelen. Ik wil de toer van de vijver nog eens doen.
Maar het is koud en straks is het donker!
Ja, en dan?
Ik ga niet mee.
Ik heb jou toch niks gevraagd?
Nee. Ik zeg het maar. Ik ga niet mee.
Pf. Ik wandel alleen. Ik dacht zo, misschien moet ik een keer per week gaan vissen, ook alleen.
Vissen? Jij? Vissen is niks voor vrouwen.
Wie zegt dat?
Iedereen. Mannen vissen, vrouwen niet.
Ah bon. En waarom vissen vrouwen niet?
Daarom niet. Die kunnen niet vissen. Die blijven thuis. Die zijn bang van wormen en van glibberige vissen. Die kunnen niet tegen de regen en tegen de wind.
Ik wel.
Blijf toch maar gewoon thuis.
Niks van.
Je bent een rare.
Een rare? Waarom? Omdat ik wil vissen?
Ja. En omdat je het gezelschap van de bomen verkiest.
Tja. Ik begin maar eens aan die wandeling.
Je meent het.
Yep. Dag.

EEN ENCYCLOPEDIE, TWEE

The_Scream
Der Schrei der Natur (The Scream of Nature) (Edvard Munch)

(merci Patrick R., Martin P. en Bob D.)

Ze zeggen ‘Het is allemaal normaal en ze schieten en ze doden en ze laten langzaam sterven.’

De deurbel.

Ze zeggen ‘Het blijft normaal en we hakken een vinger, een hand, een hoofd af.’

Nog eens, de deurbel.

Ze zeggen ‘Het moet want we moeten ja moéten onze man staan en we nemen onze geweren

Ik doe open.

en we maaien wat kinderen en wat volwassenen neer

Het is een verkoper.

en we nemen nog een vracht extra geweren en we maaien de bevolking

De man leurt met encyclopedieën.

of we verkrachten hen eerst en we beginnen met de mooiste meisjes

Ik zeg tegen de man ‘Meneer, het is 2016!’

en dan nemen we de oudere vrouwen, dan de jonge mannen en dan de oudere

De man antwoordt ‘Ja, mevrouw, en dan?’

en dan maken we gehakt van de kinderen, lekker vers en lekker jong

De man zegt ‘Ik moet ook mijn brood verdienen hé mevrouw en daarbij

en we zeggen dat de verkrachtingen en de gehaktmolens, dat zij moeten, moéten,

deze encyclopedieën zijn van alle tijden,

omdat de wereld toch al om zeep is en omdat we willen bewijzen dat wij beter en sterker zijn

kijk maar’, zegt ‘m.

en omdat we dat willen tonen door Uit te Hongeren en door te Verkrachten en door Neer te Maaien, zodat u goed weet dat wij De Grote Bazen zijn

‘Kijk maar naar de prenten in mijn dikke boeken,’ zegt ‘m.

en dat de hele wereld naar ons moet opkijken

Maar ik herhaal ‘Meneer, het is 2016

en dat ze naar onze pijpen zullen moeten dansen of dat wij moorden en zo voort en zo voort,’

en het internet is miljoenen keren groter dan al uw boeken samen, meneer.’

zeggen ze, brullen ze.

De man met de encyclopedieën huilt. ‘Ik heb vijf kinderen en ik heb geen werk en geen geld, mevrouw,’ zegt hij. ‘Ik wil dat mijn kinderen een goede opvoeding krijgen, dat zij studeren, dat zij een mooie plaats in onze wereld vinden.’
‘Maar meneer, een mooie plaats?’
‘Ja mevrouw,’ zegt hij.
‘Denkt u dat die mooie plaatsen blijven bestaan, meneer? Of dat er over tien jaar nog mooie plaatsen zullen bestaan, meneer?’
‘Ja, mevrouw.’
‘Gelooft u dat echt, meneer?’
‘Ja, mevrouw. Dat geloof ik echt. Ik geloof in het voortbestaan van mooie plaatsen.’
Ik koop een van zijn boeken. Geen ganse reeks; het internet is immers miljoenen keren groter dan al zijn boeken samen.
Hij bedankt me. ‘En over tien jaar kom ik terug,’ zegt hij. ‘Met foto’s.’

[sic], [sic] en [sic]

SHE COMES IN COLORS & IS EVERYWHERE

leon spilliaert
(Afb. : Léon Spilliaert, Fillette au Grand Chapeau, 1909)

Hij ziet de voorbijgangster en hij volgt haar.
Hij wil haar in de zon zien.
Ze gaat de hoek om.
De wolken verdwijnen.
Ze trekt haar mantel uit en draagt hem over haar arm.
Ze schudt de haren los.
Ze begint sneller te stappen.
Ze stopt en bekijkt de boeken in een etalage.
Ze stapt voort.
Ze stopt en bekijkt de schoenen in een etalage.
Hij staat naast haar.
De zon schijnt nog steeds.
Hij vraagt iets.
Ze kijkt hem aan en knikt.
Hier? vraagt hij.
Inderdaad, antwoordt ze.
Maar het is donderdag, zegt hij.
Dat geeft niet, zegt ze.
Is morgen niet beter?
Nee, zeer zeker niet.
Maar toch.
Nee, vandaag. Ze houdt vol.
De zon schijnt nog steeds.
Ze stapt voort.
Hij loopt naast haar.
Pas op, je mantel, zegt hij.
Dank je, antwoordt ze.

LAAT HET EEN BLOEM

leen

(Afb. Leen, 06/2015)

Want:
Dit is goud, mijn beste, en ik strooi met goud, mijn beste, en het kan in poeder maar ook in grote, ronde schijven, groter dan geld, groter dan om het even welke medaille.

Hou het goud vast, beste, zelfs al lijkt het maar poeder, keer het binnenstebuiten, keer het ondersteboven, laat het een beek, een rivier, een meer en een oceaan zijn, laat het de zon –

Hou het goed vast, zelfs al glijdt het poeder je tussen de vingers, tussen het zand, recht naar de zee, recht naar de slakken en kreeften en vissen – hou het goed vast.

Laat het een bloem en wat gras dat nog groen is, laat het een merel, een egel, een gouden draak, laat het een kuiken, een welp, een pup van een ras, anders dan anders –

Laat het in geuren en rood, in hoogtes en geel, in laagtes en knalblauwvermiljoenzwart, laat het in dalen door zon overgoten, laat het in leven, in levens, in langer en meer dan het leven – goud.

(een zin uit de tekst is gebaseerd op Louis Neefs’ ‘Laat ons een bloem’)
(nav Poul Webb art blog, Pauline Ellison, http://poulwebb.blogspot.com/2014/06/pauline-ellison-part-2.html)

pauline ellison

(afb.: Pauline Ellison in ‘Master Maid’, a tale of Norway, retold by Aaron Shepard)