OVER MEISE NAAR GRIMBERGEN EN TERUG

Ik vlij me neer, verga.

De wind, hij blaast

en neemt me mee

tot ver, tot ver.

Advertenties

DE BEUKENHAAG, ZIJ TWIJFELT

haar blaadjes kleuren groen of rood of niets, nog niet, of wel
ze wachten, willen, zullen, worden, groeien, ja of nee?
de twijfel blijft,
het zonlicht –

op de dakrand naast de haag, zie, trippelen twee duiven
van links naar rechts van rechts naar links tot een van hen gaat vliegen,
niet veel later nummer twee.

de blaadjes van de haag, in twijfel –
kiezen –
groen of rood of rood of groen of niets, nog niet, of wel
een waterval van groene, rode dons, misschien
het wachten op het licht, nog even –

MUUR. MUUR.

Hij zegt niets maar wijst nadrukkelijk en met verwrongen gezicht in de richting van zijn keel.
‘Ik begrijp niet wat je bedoelt,’ zeg ik.
Hij wijst nog eens en ik zie dat hij moeizaam slikt.
‘Probeer,’ zeg ik.
‘Ik. Kan. Niet. Praten,’ zegt hij.
‘Waarom niet? Is er iets gebeurd? Probeer,’ zeg ik.
Hij slikt nog eens, en nog eens en zegt Dat. Het. Niet. Lukt.
‘Maar hoe komt dat toch?’ vraag ik.
‘Het. Zit. Vast,’ zegt hij, terwijl hij weer met het hele hoofd slikt.
‘Wat dan?’ vraag ik.
Hij slikt. Hij slikt. Ik zie tranen in zijn ogen.
‘Het. Zit. Muur. Vast,’ zegt hij. En hij huilt. En hij huilt. En hij huilt.

MISSCHIEN MET DE STOOMCLEANER?

Ondertussen?
De mens trapte meermaals in de kolkende pus en in een of andere gifgroene brij. De viezigheid bleef aan zijn zolen hangen. Mister Propre, Ajax, Dettol? Zij bleven zonder resultaat.

En zij?
Ze wendde haar blik op de oceanen.
Of keek naar het licht van de zon op de bomen.
En dan terug naar de mens.

(5/5)

WE ZIJN MAAKBAAR

– Daarna?
Ergens, toch, en op verschillende grotere continenten en eilanden, groeide het groene, o wonder, en groeide, naast de gazellen, slangen en giraffen: de mens.
Ja, de mens, en ja, hij groeide en hij had vele, vele talenten. Hij bouwde bruggen, gebouwen, vliegtuigen, auto’s. Hij vond alles uit: lucifers, goeie en minder goeie medicatie, fullautomatic vanalles en nog wat, zelfvoorzienende andere vanalles en nog wat en happy happy fantasytoestanden en -werelden.
En hij handelde.
Hij ruilde, kocht en verkocht miljoenen en miljarden. Hij bleef inventief en vond nog meer uit en beter en cleaner en authentieker en sneller en stiller en de mens werd jaja mooier, beter, groter en rijker.

(Hier en daar vergat hij ganse bevolkingsgroepen en landen en regio’s, hij vergat zelfs de ganse natuur, maar goed, we willen hier niet over onbelangrijke details zeveren hé.)

(4/5)

DE DREK ZAL BLIJVEN KLEVEN

– En daarna?
Het eerste en grootste zwarte gat. Absolute leegte in leegte. Niks. Nul. Een enorme holle ruimte zonder lucht.

En de aarde? Zij schrok en hoestte en werd bedorven onder de drek, het braaksel, de etter van de afzichtelijke monsters. Maar plots (we spreken over miljoenen jaren later) begon ze te daveren, begonnen de gestaag gegroeide gezwellen en etterbuilen te barsten. Overal kolkende pus, overal een stinkende, dampende brij. En uit die brij groeiden de haat, de afgunst, de machtswellust, het winstbejag, iedere bedriegerij, ieder egoïstisch verlangen.

(Had gekund: een van de monsters struikelde over de poten van een ander monster. Hij viel met zijn muil in een kolkende brij en jankte zo erg dat de oren van alles en iedereen op aarde gedurende dagen bedekt moesten worden.)

(3/5)

EN RATTEN VAN EEN TON OF MEER

– gedrochten. Zevenkoppige monsters met vijfendertig tentakels, huizenhoge spinnen met zwartmetalen lange tanden, tienduizendpoten met dikke slangenkoppen, metershoge gifgroene wolven, enorme driedubbelvinnige haaien, tienmuilige eeuwigkrioelende knaagdieren.
Ze vraten elkaar op, daar, in dat dieper dan diep, zij, kinderopslokkende monsters, dertiententakelige octopussen, monstrueuze moerashagedissen, duizendogige gedrochten van Loch Ness.

(2/5)