PHILODENDRON

Zolang de rust er niet is:
– van de gatenplant
– van de basilicum
– van de kasseistenen
– van de tikkende wekker
– van de kilo’s en kilo’s boeken
– van de cijfers
– van de ronkende geluiden (‘draait die motor wel goed?’)
– van de ‘wat is kunst-en?’
– van het gele boek
– van het groene boek
– van de schilderijen, van de prent met de keukenstoel, van de ingekaderde kantkloswerkjes, van de eeuwig volle dozen.
– van de rode en van de witte oleander
– van de gatenplant (bis), van de luchtwortels, van het lantaarnplantje, van de aloë, van de geldboom, van de pepers, van de kleine, zeldzame blauwe bloemen in de bodembedekker
– van de kelder van 1850
– van de weergaloze pracht van de horizon
– van de weergaloze pracht van het zwerk
– van de weergaloze pracht van de kleurveranderingen
– van de weergaloze pracht van de huizen van de zwaluwen
– van de weergaloze pracht van de duizenden soorten groen
– van
Zolang de rust er niet is.

Advertenties

ZONDER MEER

Het kan in kleuren; geel, blauw, grijs, groen, rood, oranje, fuchsia.
Geel voor maandag, blauw voor dinsdag, grijs voor woensdag, groen voor donderdag, rood voor vrijdag, oranje voor zaterdag, fuchsia voor zondag.
Het kan iedere dag van de daken schreeuwen, iedere dag een andere kleur, regenbogen op het eind van de week, als samenvatting, in de plaats van de nieuwsberichten of van de facebookposts, of whatever.
Morgen is het vrijdag.
Vrijdag is rood, rood, dieprood, donkerrood, zoals de Weigelia Bristol Ruby, die sterker bleek dan de droogte, sterker dan de storm, sterker ook dan de voorbije winter en alles overleefde, alsof het niks was, niks, behalve haar donkere rood.

En zo voort.

DWINGEND, O.

Ondertussen is de zon de grote baas; ze werpt zich op de huizen en straten, op de bomen en grasvelden, op de mensen.

En de zwaluwen groeperen; zullen zij vandaag of morgen vertrekken? Of volgende week?

En de mannen van de gemeente pauzeren. Ze drinken wat water en tappen minstens tien moppen.

Een wekker zegt het is zeven uur, acht uur, negen uur, tien uur. Hij zegt het is maandag, dinsdag. Hij zegt het is lente, zomer, herfst.

Hoor. Ze kwetteren. Alle tien of vijftien zingen ze een lied. Alle tien of vijftien zijn ze in hun nopjes. Ze rusten wat op de draad, ze vliegen hun cirkelende spel en eigenen zich de koer toe, het gekwetter! De groep wordt groter, het concert zal een vol uur duren.

Daar: poëzie in beelden, in penseelstreken, in beeldhouwwerken, in kaaklijnen. Poëzie in zeldzame en dwingende woorden.

Eenentwintig, tweeëntwintig, drieëntwintig, vierentwintig, vijfentwintig, langzaam, o langzaam.

OOST, WEST, ETC

(terwijl ik naar adem snak)
ik doe de ganse dag niks anders dan naar de zwaluwen kijken; ze vliegen hoog, laag, rakelings langs de bomen en daken, vrolijk kwetterend en kijk, de eerste twee jongen zijn er ook al, ze oefenen hun vliegen, nog wat onbeholpen en ze zijn een plezier om te zien
(terwijl ik naar adem snak)
de boeren zijn volop aan het bemesten, en de loonwerkers, en de kinderen van. Ze werken van ’s ochtends tot ’s avonds, ook tijdens de weekends, doen ze ooit iets anders? Om van het koeien melken nog maar te zwijgen
(terwijl ik naar adem snak)
de zwaluwen, weer, nu is ook het derde jong uitgevlogen, ze maken er een spelletje van. Als ik doodga en daarna terugkom, dan zal dat als jonge zwaluw zijn, om dan later, later! de continenten!
(terwijl ik naar adem snak)
en het is avond nu, de zon schijn tot op het achterste dakraam, ze zakt, ze zakt, morgenochtend staat ze exact daar waar ik nu haar weerspiegeling zie, de schijn, de glans, het breken van het licht, het licht!
(terwijl ik naar adem snak)
en ginder, hoog, elders, daar ook! een vliegtuig, waar vliegt het naartoe, naar waar? Naar Mexico, naar IJsland, naar overal, maybe?
(terwijl ik naar adem snak, snak, wil, wil, ben, ben, vlieg, vlieg)

EN HET GRAS EN HET BOS EN HET RIET

Hier is het groener, staat er.
Ik draai een van de verpakkingen om en om.
Ik zie geen foto’s.
Misschien op een andere doos?
Waar is het groener?
Ik bel naar het nummer op de verpakking. Nul acht nul nul zeven vijf nul nul nul.
Ik luister naar de stem. Ik mag een keuze maken.
Ik beluister de volgende opties en druk acht voor Andere vragen.
Dan mag ik nog eens kiezen.
Ik druk zeven.

Waar is het dan groener? vraag ik aan een meneer.
Een meneer vraagt Wat bedoelt u?
Ik zeg Welja meneer excuseert u me dat ik het zo zeg maar dat staat op alle dozen.
Welke dozen, mevrouw? vraagt een meneer Want wij hebben veel dozen.
Op die grijze, meneer, ik vroeg me af waar het groener is?
Mevrouw, zegt een meneer, bent u niet tevreden over een van onze producten?
Ik zeg Dank u meneer en ik sluit het gesprek af.

De dozen blijven roepen, Hier is het groener. Hier is het groener! Hier!
Maar ze zijn niet groen, ze zijn grijs en grijswit met zwarte letters en rode randen, zonder foto’s.
Ik koop drie dozen. Ik scheur ze een voor een open, bekijk de inhoud, vraag aan het buurmeisje of zij dit lust en ik zet de lege verpakkingen tegen de stam van de oude eik.
Hier is het groen, groener! staat er.
Misschien moet ik wachten?

EN DE ZWALUWEN

[laat toe dat de vrolijkheid troef is]

maar wormen vreten aan de hersenen en dat is geen mooi uitzicht

[laat toe dat de vrolijkheid zegeviert]

maar angstige mannen zwaaien de de plak over onze wereld

[laat toe dat de vrolijkheid troef is]

maar de volgende terroristen plegen morgen een volgende aanslag en de volgende tientallen doden vallen te betreuren

[laat het toe]

maar de bijen sterven uit

[laat het toe]

maar het water verdwijnt

[laat het]

maar er komen geen bloemen meer in de oleanders (rood!), noch in de hortensia’s (blauw!)

[laat het]

maar de waterput van René (60 meter!) staat droog, etc

[laat het]

maar de bossen vliegen vanzelf in brand

[laat het]

of ze worden aangestoken

[laat]

veel te

[laat]