‘Ik kan het. Ik kan het niet,’ zei 3022.
‘Het doet zeer,’ zei 0458.
‘Niemand wil het weten,’ fluisterde 0113.
‘Veel te ver,’ vond 1212.
XX02 moeide zich ermee.
‘Let op, ze zijn daar,’ zei 0033.
XX03 volgde en zwaaide met zijn matrak.
0117 legde zich alvast neer.
‘Ik ben waar de zon altijd schijnt,’ orakelde 0889.
‘Met wat geluk,’ zei 0441.
‘We zullen zien,’ zei 2887.
‘Het kan niet anders,’ vond 1001.
XX01 maakte zich nog groter.
XX02 vloog tot op de grens.
XX03 beïnvloedde de bodem.
XX04 gooide tientallen kilometers ver.
A07 was de eerste die het zag.
0031 wist dat hij zich gedeisd moest houden.
0808 gaf op.
2123 dook in de oude boeken.
‘Het is ver weg, er is nog tijd, het is ver weg, er is nog tijd,’
zoemden 1167, 1161, 0977, 0213 en 0119 in koor,
maar amper hoorbaar
en de hele tijd.
In district XENA7021236 – een van de grootste van het heelal – klonk iets anders.
‘Indertijd, toen de economie zichzelf net begon te vernietigen,’ zei D222111.
Toen, toen…
En indertijd, toen de toenmalige diensthoofden zichzelf te gronde richtten.
Toen, toen…’
‘Het is ver weg, er is nog tijd, het is ver weg, er is nog tijd,’
zoemden 1167, 1161, 0977, 0213 en 0119 in koor,
maar amper hoorbaar
en de hele, hele, lange, lange tijd.