GEEN FOTO’S

Geen foto’s?
Nee.
Waarom niet?
Ik wil het moment niet vangen.
Huh?
Ik wil het moment niet vangen, zeg ik. Ik wil het moment eeuwig laten duren en als ik een foto maak, dan vang ik het. En ik wil beter kunnen kijken. Het moet me overrompelen en dat kan niet als ik dat rechthoekige kadertje gebruik.
Meen je dat?
Ja.
Geen foto’s dan?
Nee.

VEEL MEER ETC ETC

En.
Kijk: het blad. Van groen naar bruin en goud en rood.
Focus.
Herfst, winter, lente met het opnieuw ontluikende blad, zomer, herfst, en zo voort en zo voort
Goud, wit, groen, blauw, telkens gelardeerd met wat rood, bruin en nacht, groen en Pasen, blauw en het eeuwige groener dan groene gras.

(Natuurlijk, bij bijzonder droge zomers moeten we de kleur van het gras anders inkleuren)
(Natuurlijk, in het hoge noorden en natuurlijk, in de woestijnen)

Focus.
Op steenkool en diamant, op de kleinste uitstekende tip van een rots, op een zandkorrel, op de uiterste top van de wilg, op de uiterste tip van het blad van de aloë vera.

Pick one! Choose One!
Men neme de bovenste top van de wilg. Men neme het uiteinde van die tak. Of kies: de allerkleinste oase, of een duizendste deel van een poot van een mier.

En waar is de macht? Zij ligt in dat diepste. Zij ligt in het donker. Af en toe is er een nieuwsoortige, lichtgevende vis die aan haar voorbij zwemt.
‘Huh!’ zegt de vis.’ De macht is gezonken, zie haar hier liggen, zij kan niet meer, zij is niet meer, zij ligt hier, in haar eigen eenzaamheid, zij kan niet bestaan in haar eentje, huh, bye, macht!’ En de vis dooft zijn bijzondere licht tot hij honderden meters bij haar vandaan is, zodat zij in donkerder dan donker water moet wegkwijnen, herleid wordt tot helemaal niks.)

Dus.
We recapituleren.
Focus.
De top van de hoogste tak van de grootste wilg.
De uiterste tip van de bovenste groene veer van de hoogstzittende papegaai van Iguassu.
Of.
Vraag aan de sherpa (ander werelddeel, ja natuurlijk) de weg naar de hoogste top.
Bedank de sherpa.
Adem, drie, vier, adem, drie vier, adem.

VEEL MEER ETC

En dan
Groter dan groot, dieper dan diep.
Walvissen, haaien, dolfijnen.
Kabeljauw, tong, gladde paling.
Schildpadden, zeehonden, pinguïns.
Koralen, algen, plankton.

Verder dan ver, dieper dan diep,
Blauwer dan blauw, licht en donker.

En daar:
Een scheepswrak. Met aangekoekte
borden en flessen, met groen uitgeslagen
zilver en met
skeletten.

En daar:
Een oorlogswrak. Met aangekoekte
kanonballen, met groen uitgeslagen
zilveren munten en met
restanten van macht, verroest en verwaterd.
Dieper dan diep, tot oneindig.
Waar licht verdwijnt, en vissen niet eens
meer bestaan.
Onpeilbaar.
*
Is er daar toch een of andere slimme wetenschapper die er in geslaagd is om tot op het diepste van het diepste af te dalen, in een of andere grappig uitgedoste duikboot, versierd met de modernste snufjes en techniekjes en hij daalde en daalde en bleef dalen tot daar waar het licht voor immer en altijd onbestaand is.
*
Hij bleef daar vijfenveertig dagen.
Vijfenveertig!
Na afloop moest hij niet in de caisson maar kon hij moeiteloos zweven en vliegen en helikopters en vliegtuigen volgen. Hij zei dat, in dat diepe, het donker erg donker geweest was, maar dat hij lichtgevende onderwaterschepselen had zien rondzwemmen. Hun vormen en bewegingen waren ongezien, zei hij.
Ongezien!
Nieuwsoortig, zei hij.
Nieuwsoortig!
Hij zei dat hij volgende week terug naar het diepste der diepste wou terugkeren. Hij zei ja, misschien is het een verslaving, zei hij. Het donkerste der donkerste, verslavend. Wie weet? Vroeg hij. Maar hij wou in ieder geval terug, naar de lichtgevende onderwaterschepselen, zei hij. Hij zou ze van nog dichterbij bekijken. Het dichtste van het dichtste, zei hij, in dat allerdiepste donker, zei hij.

VEEL MEER

Maar kijk:
Een olifant, een kat, een slang,
een kleine muis, een mug, een vlieg,

Een rode haag, een gele bloem,
een dikke boom, een mooie plant

En elders dan: de lucht, het licht,
een wolk, een storm, de zon, de maan

En eb en vloed van elke zee
en elke oceaan en verder nog:

Planeten, sterren, witte sluiers,
zwarte gaten,

On-verkenbaar, zonder einde en veel
meer dan een heelal.