TOT DE LETTERS VERDWIJNEN

En op de marmeren trappen in het station zat de De Minister.
Op zijn voorhoofd stond ‘Ik Ben Een Vluchteling’. Het was onuitwisbaar.
Een politieman zag hem.
De politieman riep versterking en er kwamen vijftien collega’s.
De De Minister werd onder dwang naar buiten gebracht.
Op zijn voorhoofd stond nog steeds de zin ‘Ik Ben Een Vluchteling’.
Buiten werd hij gelyncht.
De bewoners van de beste en grootste en mooiste en duurste stad van het land wilden immers niet, dat er een ‘Ik Ben Een Vluchteling’ op hun voetpad zat.
Daarna kwam men te weten dat het een De Minister was.
Iemand had hem goed liggen gehad en met een dikke zwarte stift de woorden ‘Ik Ben Een Vluchteling’ op het voorhoofd geschreven.
Maar het was te laat. De De Minister was Dood.
De sjiekste stad van het land verkeerde voor tien dagen in de diepste rouw, en de inwoners zeiden, nee, sterker, ze zweerden dat ze het nooit meer zouden doen en dat ze de volgende ‘Ik Ben Een Vluchteling’ eerst grondig zouden controleren.
Kleur van de haren en van de ogen.
Kleur van het identiteitspapiertje.
Lengte van de teennagels.
Aantal haren in de oksels, op de borst en rond u weet wel.
Heupen-, borst- en dijomtrekken.
Vingerafdrukken.
Kijken of hij of zij al een chip had.
Aantal kinderen – vanwege de kinderbijslag, u weet ook dat wel.
Kortom; ze zouden in het vervolg de hele mishmash controleren.
Want stel je voor: nog een De Minister gelyncht! Dat zou een ramp zijn voor onze samenleving! We zouden het niet overleven! Wat moeten we beginnen, als er nog een De Minister?!

Zo gezegd, zo gedaan.
De administratie maakte zich klaar met scanners, krachtige pc’s, de nieuwste grootschermbeelden, grote micro’s, enorme camera’s, maar ook, in het geval de moderne reutemeteut het zou begeven, stapels papier en duizenden potloden (zwarte en rode!) en stempels (eveneens zwarte en rode!). En de administratie begon aan haar gevecht, en ze zag het niet zitten, want de ene administrator deed meer of minder dan de andere, en om tien uur was het al tien uur en terwijl de ene zich nog urenlang uit de naad werkte om alle stempels netjes op de correcte plaatsen te zetten, vond de andere dat hij een koffie en een toiletbezoek en zo voort, u kent dat wel, of zegt u van niet?

Maar bon.
Een dag of tien later bleek dat vijfhonderd De Ministers met dezelfde dikke zwarte stift het ‘Ik Ben De Beste Vluchteling’ op het voorhoofd gekregen hadden en omdat de administratie nog niet klaar was voor die enorme toeloop werden er Driehonderd van deze De Ministers helemaal doodgemarteld en het was te laat, te laat, ze waren morsdood en de letters op de voorhoofden bleven onuitwisbaar. En zo kwamen de De Ministers terecht in de Ik-Ben-Een-De-Minister-Met-Het-Label-Ik-Ben-Een-Vluchteling-hemel en ze kregen geen rijstpap, ze kregen gewoon niks, zelfs geen watersoep en ze zitten daar nog altijd, ze moeten op hun blote knieën wachten tot de letters verdwijnen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s