SEIZOENEN

Jef zei dat je, als je beter naar de vier jaargetijden van Vivaldi luistert, dat die dan bijzonder mooi worden en dat je de vogels over het grasperk ziet lopen, of dat je de vlinders in de wilde bloemenperken ziet, of dat je voelt dat de wind de wereld in zijn macht probeert te krijgen, en Jef vertelde dan ook over die wedstrijd tussen de wind en de zon en hun weddenschap om als eerste de jas van het mannetje van het stenen beeld uit te krijgen en de wind maar blazen en blazen en rukken aan die jas maar het stenen mannetje knoopt zijn jas stevig dicht en de wind geeft op maar de zon verwarmt alles en het mannetje doet vanzelf zijn jas uit.
De vier seizoenen dus, en de regen, de hagel, de wind, de sneeuw, de zon en het ontluiken – telkens weer, als je de muziekstukken laat spelen en herbeginnen zoals Jef dat op zijn nieuwe cdspeler deed. Hij kocht dat ding voor zestig euro, zei hij, maar het verschafte hem het plezier van een miljoen euro, een miljoen in rinkelende een en twee eurostukken en hij moest glimlachten bij het horen van al dat geld, denk ik, of was het het spel van de violen in een of ander allegro?

distel

(Wikipedia: Allegro is een van oorsprong Italiaanse muziekterm waarmee het karakter van een muziekstuk wordt aangegeven: “vrolijk”, “opgewekt” of “levendig”. Een levendig stuk muziek impliceert een wat hoger tempo; langzaam en levendig sluiten elkaar ongeveer uit. Allegro behoort tot de snelle tempi)

(foto: distel, juni, Meise)

dd. 21/6/2013

Advertenties

MOOI MAAR VREEMD

Jef zegt dat het nooit meer goed komt maar wel ‘zo goed mogelijk’, zegt hij, en ik vraag wat hij daarmee bedoelt. Hij antwoordt dat hij de boorden van de tuin gedaan heeft en dat er veel boterbloemen stonden, hij vindt boterbloemen mooi maar vreemd, zegt hij en hij vertelt ook over de splinter van een distel, dat die steker nu al een week in zijn rechter middelvinger zit, iemand had hem nochtans gezegd dat hij daar niet mocht mee blijven rondlopen en nu moet hij naar de dokter want het doet pijn en het zweert, zegt hij, en dat zwarte zalf een goeie pijnstiller was maar nu niet meer, en dat de splinter er niet mee verdwijnt.

Jef vraagt zich af of er nu een stuk uit zijn vinger zal gesneden worden, ik zeg dat ik het niet weet.

We zwijgen.

“Ja, zo goed mogelijk,” zegt Jef.
De tabak van zijn pijp ruikt zoet, te zoet bijna, “Zit daar suiker in, misschien?” wil ik vragen maar ik vraag niks en Jef steekt zijn pijp in de lucht en wijst naar een voorbijvliegend vliegtuig.
“Zo ver,” zegt hij.

BOTERBLOEM

dd.17/6/2013