OLIFANTEN

Olifanten.
Wat zeg je, Jef? Olifanten?
Ja, Nikki.
Jef, hier zijn toch geen olifanten?
Jawel Nikki.
Bij jouw pratende paarden, zeker?
Nee, Nikki. Op de straat, in de huizen, in de stad, overal.
Komaan, Jef. Wees nu ‘s ernstig.
Ik ben ernstig, Nikki. Heel ernstig.

GOLD

iguassu-falls

Want zij zijn goud, mijnheer.
Zij blinken dat het een lieve lust is en niemand hoeft hen op te poetsen. Zij schijnen als duizend zonnen, als waren zij zelf die duizend zonnen. Zo is dat, mijnheer.

Want zij zijn goud, mijnheer, en ik zal dat blijven herhalen. Zij zijn het liefste, mooiste, beste, hoogste, langste, echtste, witste, roodste, alleste en veel en veel meer, mijnheer.

Ik zal het door de gongs laten weerklinken mijnheer.
Iedere dag, mijnheer.
Ieder uur en iedere minuut, mijnheer.
Ik zal het van de daken schreeuwen en mijn stem zal niet schor worden. Zij zal het blijven schreeuwen.

Want zij zijn zij, mijnheer. Zij zijn beter dan u en ik samen. Zij zijn groter, grootst, grootser. Zij zijn de duizenden wouden, zij zijn de horizonten van ieder continent, zij zijn alle sterren, zonnen en manen.

Want zij zijn zij, mijnheer. En toch zijn zij Iguassu, zijn zij piramiden, zijn zij miljoenen en miljarden, zijn zij het licht, de warmte en de aarde, mijnheer.

Voor Kim en Leen.
Met dank.
Maar ook dank aan Bart en aan D’Ieteren Sport en aan de hele reutemeteut.

Foto via http://discoverriodejaneiro.com/sightseeing-tours/iguassu-tours#brazilian

DE VERVOEGINGEN

nico weve got the gold
(Nico, we’ve got the gold)

Je kunt niet veel doen met dat beeld, denk je. Enkel kijken. Kijk dus. En dan: laat het licht van het beeld grote gaten in jouw hersenen branden, laat die gaten jouw verstand overnemen. Neem een bloembak, wat aarde, wat bloemenbollen (naar keuze) en plant die. Giet dagelijks.

Vervolg: Laat het zwart kleurig worden, laat het een liedje zingen, iets vrolijks, laat het groeien, zet het op de vensterbank van de buurvrouw, laat haar het liedje herhalen, zeg haar dat ze het verdeelt over de rest van de straat. De buurvrouw zal doen wat je zegt.

Nee, je kunt niet veel doen met dat beeld, denk je. Maar je kunt het vervoegen. Ik, jij, hij, wij, jullie, zij, tegenwoordig, verleden, voltooid, gedaan, tot de toekomst. Sterk of zwak, gesplitst of niet, met en zonder koppelteken, met en zonder hoofdletters. Begin een nieuwe zin en maak er een rode loper van, leg die op het asfalt van de straat, op de stapstenen van het voetpad.

Dus. Je kunt niet veel doen met dat beeld. Een beetje. Je kunt het bekijken, maar je kunt het ook typen, het ganse alfabet, van a tot z en van z tot a en je mag de x en de y echt niet vergeten, je kunt ze met hoofdletters schrijven en er een lange zin mee volgen. Geen kat die de betekenis kan lezen, noch hond, noch paard, noch lijster, noch mens.

Je kunt niet veel je kunt wel, jaja. Je kunt alles bruin en zwart en blond. Je kunt alles groot en klein. Je kunt het dikke en het dunne, het jonge en het oude, je kunt de hele reutemeteut en je kunt herbeginnen. Of je kunt hén laten herbeginnen. Laat hen dansen, laat hen de muziek, laat hen een dichtsel of twee, drie, vier. Laat hen een fluo tekening als compagnon – naast de piano.

Je kunt niet je kunt wel, jaja.
Kijk.
Kijk dan toch!

ENKELE TOPPEN VAN BOMEN, ENKELE BOEKEN, ENKELE MENSEN

Paul Gauguin Arearea 1892

Duizend verhalen, natuurlijk.
– over de seksistische opmerkingen van de mannen. In welke eeuw leven zij? Maar zag je die reportage over India, en de verkrachtingen? Stond de tijd er stil? Zelf zag ik die reportage niet, enkel de trailer, ik heb geen tijd, geen tijd, geen tijd (dat is een echo).
– (ergens een roep, een gil. Er is een blokhut, we willen in de blokhut, we willen vooral naar het woud eromheen. We willen de merels en de mussen, de mieren en de pieren, we willen de eekhoorn, we willen de wind en het niets van de bomen)
– Over de enorme slaapzalen.
– Over die foto van een jaar geleden. Toen zagen ze er allebei nog zo goed uit. Wat is er gebeurd, waar zijn die levens naartoe?
– Over de chaos, meervoud. Hier, daar.
– Elders: de piano. Het spel van de jongen. Heel zijn lichaam speelde wat was het ook weer? Ik zoek het op, straks. Zijn blik, strak op de partituur. Er bestaan mooie woorden.
– Nog elders; de meisjes. Hoe oud zijn zij nu? Twaalf en tien? Ze zijn zo slank, slank en vol leven, ze kunnen niet stilzitten. De oudste is verkouden, haar moeder zegt dat ze niet mag hoesten, niet mag niezen.
– Overal: het begin van de lente.
– Ha, ha. De hond. Het beest spurt naar binnen, stopt bruusk, zit als een sfinx, kijkt, kwispelt, staat op en spurt terug naar buiten.
– En dan zij. Ha! Ze liet zich niet doen. Ha! “Ik vind jouw opmerkingen maar niks,” zei ze tegen hem, en hij lachte haar vierkant uit maar werd even later kordaat naar huis gestuurd, ha!
– “De Afrikaanse politie.” Huh? Afrika is wel groot hé. Afrika is een continent, zal ik het je eens tonen?
– Hup hup naar Australië. Wie was daar weer? Ha ja. Herstelt hij daar ook auto’s? Ja?
– En dan, de oude Volkswagengarage die nu geen Volkswagengarage meer is. Hij klonk content, Maurice.
– Nog verhalen?
– Die grote, grote maan. A nice moon rising.
– Havermoutpap met kaneel!
– Ice Tea. Ze wil een ice tea, een cola, een zak zuurtjes! En haar bruine vest!
– Argh. Een greep op een hart. Argh. Van Argh tot Zrgh.
– Gauguin. Moet ik dan echt in herhaling vallen?
– De muziekmannen.
– De planning, de stickers, de lijsten.
– Ha, ha. De zijzakken met ritsen!
– En ik herhaal: de mier klimt langs de stoelpoot naar boven. De mier ontmoet het meisje. De mier maakt vijf, zes salto’s. Het is ongezien, echt, echt ongezien.
– “Hola,” zegt de Gerd en hij schiet in zijn bulderlach. Niemand lacht zoals hij. Of hij zijn muziek nog zo luid zet? vraag ik. “Jaja,” zegt de Gerd. “en het genre kan variëren naargelang de situatie.” De beat vlamt uit zijn ogen, ganse gitaren en drumstellen, verdorie.

LICHT

saul leiter wet window

“Regendruppels, Nikki. Als ik hier alleen ben, en ik sta voor het raam naar de voorbijrijdende auto’s te kijken, en ik zie de regen, de auto’s rijden over de natte straat, het water spat op, soms leggen de druppels een waas op het glas en dan worden de beelden en het licht gebroken, ik blijf er minutenlang en soms nog langer naar kijken, ik zie de druppels en focus mijn blik er op, en de achtergronden zie ik verkleuren en bewegen, door de voorbijlopende mensen of door de voorbijrijdende fietsers en auto’s, of door de zon die plots doorbreekt, het licht dat verandert, het licht dat de druppels, Nikki.”

Foto: Saul Leiter, Wet Windows, via http://www.gallery51.com/?navigatieid=237&exhibitionid=81

JEF OVER DE EMANCIPATIE VAN DE VROUW

“en ze zeggen dat de vrouwen geëmancipeerd zijn, maar gisteren zag ik een show met uitsluitend vrouwen, dertig of zo, allemaal halfnaakt, en in die show danste geen enkele man. Emancipatie? Mijn voeten.”
“Jef, sinds wanneer trek jij je de emancipatie van de vrouw aan?”
“Niet. Het viel gewoon op. Het is een opmerking, Nikki. Een van de vele. Maar ik heb liever niet dat alle vrouwen zich emanciperen hoor, want dan worden die shows minder mooi.”

MODDER / MUD

rambert

Ze struikelen. Allebei, over dezelfde tak en tegelijkertijd. Zoiets heb ik nog nooit gezien.

Ze liggen daar, nog altijd. Hun gezicht, hun handen, hun nette pak vol modder. Ze vielen synchroon. Ik denk dat ‘synchroon’ het goede woord is. Ha.
Kijk! Ze krabbelen recht! Nog altijd allebei synchroon! Dit is echt een goede vertoning! Ben ik in het theater? Is wat ik zie een moderne dans?
Ze bekijken zichzelf en elkaar en vloeken en roepen en tieren. Ze zijn kwaad. Ze zien het grappige ervan niet. Ik wel! Ik proest het uit!
Ze komen in mijn richting.
Hola!
De moddermannen, synchroon!
Ik lach nog eens en ben rap weg.
Ik kijk nog even om.
Ze proberen me te achtervolgen, synchroon. Ze strompelen, synchroon. Ik ben veel sneller dan zij! Ik ben al achter de hoek!

Afb. : Still uit Rambert, Mixed bill

DERTIEN EN EVENVEEL

 

een gifgroene politicus

water

een tweede gifgroene politicus

witte borderbloemen

een derde gifgroene politicus

de werkmannen uit de beschutte werkplaats

een vierde gifgroene politicus

lelijke Vlaamse gevels

een vijfde gifgroene politicus

onbetreden Zwitserse bergen

een zesde gifgroene politicus

papegaaien in Brazilië

een zevende

een kind, onbezoedeld

een achtste

het ware gevoel van vrijheid, rijdend op die twee wielen

een negende

een ochtendgloren. Dat ochtendgloren, die eerste dag na een lange, koude winter

een tiende

ergens, een klank

een elfde

ook nog normale. Het onschuldige idealisme

een twaalfde

Pina Bausch

een dertiende

het gewone leven

 

(Met dank aan een aantal mensen)