DIT IS ZWART-WIT EN GRIJS

De zon komt op, ze maakt een veld van klaprozen en wekt de vinken en de merels, en de mens, ze speelt haar spel van schaduw hier en schaduw daar.
Zij zegt “Het is zes uur, nu is het elf, nu twaalf, dan een en twee en drie en voort en meer.”
Zij zegt “Het zwart is licht, het grijs is licht, de kleuren zijn mijn licht,” en werpt opnieuw een schaduw, hier en daar, tot zij het westen kiest en maan en straatlantaarn, en uitstalraam en building
en een auto
en ook de maan het spel speelt en een schaduw werpt, nu hier, dan daar.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Advertenties

EXPLOSIONS IN THE SKY

“Een luchtballon.”
“Wat, Jef?”
“Ik wil een luchtballon.”
“En wat wil je daar dan mee doen, Jef?”
“Domme vraag hé Nikki. Vliegen natuurlijk.”
“Ben je daar al niet wat oud voor, Jef?”
“Oud, Nikki? Ik?”

WATERLELIES

“Voilà, waterlelies.”
“Maar Jef, hier zijn toch geen waterlelies? Hier is niet eens een vijver.”
“Ha nee, Nikki, ze zijn er niet, maar toch zijn ze er wel. “
“Jef, je raaskalt.”
“Niks van Nikki, ik raaskal helemaal niet. Ik sluit mijn ogen en ik dénk waterlelies.”
“Ha ha, Jef. Wacht, ik probeer jouw waterlelies ook te zien. Te dénken, bedoel ik.”
“Goed idee, Nikki.”

Claude Monet
Claude Monet. Afb. via Paul Webb

“IK SLAAP IN DE SMALSTE GOOT”

“Ik slaap wel buiten, in de sneeuw.
“Ik slaap wel buiten, in de storm.
“Ik slaap wel buiten, in de hagel, onder de dikke laag smog, onder de nooit eerder geziene wolken van grijze, donkere as.

De man rechtte de rug. Hij duwde zijn schouders extra naar achter, zodat zijn hoofd automatisch een trotse houding aannam. Hij slikte, hernam en herhaalde wat hij net zei, nog luider. Hij dreunde voort, zonder dat hij de keel moest schrapen en alsof zijn stem alle bergen van de wereld kon ver-dragen.

“Ik slaap wel op het scherp van het mes
“Ik slaap wel in de snee van de schaar.
“Ik trotseer al de touwen, al de prikkeldraad, iedere bliksem, al de lava, de distels, de krokodillen
“Ik, ik trotseer alles. De hele wereld. Iedere grot, iedere laag, al de donkerste dagen en putten.

De man zocht een ladder, vond er een, gebruikte die om tot op het dak van het schuurtje te klimmen.

“Ik slaap in de smalste goot
“De volgende ochtend sta ik fris en monter op. Ik schud de dauw van mijn haren en lijf. Ik adem met volle teugen de lucht van de nieuwe dag. Ik gebruik de natuur, mijn adem en mijn kracht om te herrijzen.
“Ik hoef niet te strijden.
“Ik hoef niet te dreigen.
“Ik hoef niet te declameren.

De man nam zijn gitaar. Hij wachtte vier of vijf minuten. Hij rechtte de rug, duwde zijn schouders extra naar achter, zodat zijn hoofd automatisch een trotse houding aannam. Hij begon.

De man slaapt nu buiten, in de sneeuw.
De man slaapt buiten, in de storm.
De man slaapt buiten, onder de hagel, onder de smog, onder de nooit eerder geziene wolken van grijze en donkere as.
Hij strijdt niet.
Hij dreigt niet.
Hij declameert niet.