EN NEE

Ze stond ten dienste van, zei ze, want de carrière van haar man was belangrijk, en ze moest er alles aan doen om hem in topconditie te houden en dan moest zij natuurlijk vanzelfsprekend logischerwijze volledig ten dienste staan van, zei ze, dat kon niet anders. Hij moest de juiste voeding krijgen en hij moest voldoende rust krijgen en als hij op buitenlandstage moest, zei ze, dan was dat maar zo en dan bleef zij achter en zorgde ze voor de kinderen en voor het huis en de tuin en alles alles want hij moest zijn job en zij moest ten dienste.
Ze lachte haar mooie witte tanden bloot.
Ze vond het de normaalste zaak van de wereld, zei ze, nee, meer nog, het was een eenvoudige vanzelfsprekendheid, zo simpel als dat en nee, er bestond geen twijfel over, haar leven moest het zijne dragen, zei ze, en alles moest altijd en met veel plezier eeuwig ten dienste staan van.
Ze lachte nog steeds, met pretlichtjes in de ogen, en zei dat ze het met veel plezier deed en dat het voor hem en voor de goede zaak was en als ze dan zelf, tja, nee, niks, tja, dan was dat maar zo, het was van ganser harte, zei ze, haar motivatie was zelfs groter dan de zijne, zei ze, en haar leven was anders toch, ja, nee, zei ze.

REUTEMETEUT NUMMER HONDERDDRIEENZESTIG

’t Is ’t een en ’t ander hé mijnheer Macharis. Gisteren een man die zijn vrouw de keel over sneed. Eergisteren drie jongeren die met supermachogeweren een groep buurtbewoners neerkogelden. Vorige week vijftien doden in de Chinese wijk en niemand weet wat er gebeurde. En de week daarvoor een gezin van moeder, vader en drie kleine kinderen…

Ik dacht, ik leg die hele reutemeteut naast me neer. Het geweld, de oorlogen, de moordpartijen maar ook het oude bankengedoe en gedwongen faillissementen en overnames door nog grotere groepen. Geen dikkenekburgemeesters meer voor mij. Geen omgekochte douaniers meer – bij ons in de haven…. Het heeft geen naam, mijnheer Macharis… U kunt zich niet voorstellen wat daar het voorbije jaar gebeurde…. En het wordt hoe langer hoe erger….
Maar goed.
Ik dacht ik trek de bossen in, voorgoed. Weg van het geweld en het racisme, weg van het zevenenveertigste geval van omkoping. Weg van de zoveelste aanbesteding die niet klopt. Aaargh, de miljoenen.
Ik dacht dus echt ik trek de bossen in.
Maar wat dan, mijnheer Macharis? Wat doet een mens daar een ganse dag, in het bos? Ik kan toch geen bomen omhakken en blijven bomen omhakken en blijven etc? Of de eekhoorntjes achtervolgen, week na week na week na week? Bovendien, houden die geen winterslaap? Moet ik me dan bij hen neervlijen?
Ik blijf dus nog even gewoon aan het werk, mijnheer Macharis. Ik leg dat laatste omkoopgeval van beambte nummer achthonderdzestien wel naast me neer. Ik doe nog even alsof mijn neus bloedt, nog een maand misschien, of twee, of misschien drie of vier of langer.

SEPTEMBER

Larderen, dat moest toch?
Larderen met vrolijkheid.
Larderen met witte borderbloemen.
Larderen met kwetterende zwaluwen.
(De zwaluwen vertrokken een paar dagen geleden. Ze namen geen afscheid, tenzij in een laatste kwetterende rondedans boven de binnenkoer. Een enkele zwaluw bleef achter – hij kon niet meer, zei hij, hij kon niet meer terug naar het zuiden, de reis was te ver en te zwaar. Hij zit hier, alleen, iedere avond en iedere ochtend op dezelfde balk, niet langer in het gezelschap van de andere zwaluwen, niet langer vrolijk kwetterend.)
Larderen dus, met blauwe hemels, met de laatste rozen van het seizoen, met de rode oleander die duidelijk nog niet aan uitbloeien denkt, met de fijne blauwe bloempjes van de bodembedekker.

(Bron: Vandale.nl)

Bewaren

MISSCHIEN VOORAL

– Met vriendelijke groeten, Met vriendelijke groeten, Met vriendelijke groeten
– Empty yr head.
– Misschien vooral Pavese.
– Zacht-rood en zacht-mistig.
– Keer terug naar het zachte, zachte, zachte.
– Dertienduizend mails & counting & counting & adem & adem & adem.
– De zon in al haar sterkte en glorie en vanzelfsprekend is zij vrouwelijk, zij zou niet anders willen noch kunnen.

AKA ‘OUT’

NEE, Mijnheer, dat is niet voor U, Mijnheer, u bent VEEL TE OUD, Mijnheer. Laat hen gewoon DOEN, Mijnheer, LAAT DE JEUGD.

Maar ik zei het toch reeds, Mijnheer, U moet laten gaan, Mijnheer, laat alles aan hen, Mijnheer, HET IS NIET VOOR U.

Zij kunnen het beter, misschien, Mijnheer, of helemaal niet, misschien, Mijnheer, u mag blijven en KIJKEN, misschien, Mijnheer, MAAR NIET MEER DAN DAT.

U moet het onthouden, mijn beste Mijnheer, u bent VEEL TE OUD, mijn beste Mijnheer, ik blijf het herhalen, mijn beste Mijnheer, HET IS NIET VOOR U.

AKA ON THE ROAD

aka on the road – full pdf

 

DAT AGRESSIEVE KANTJE

De linkerkant van haar gezicht. Haar linker onder- en bovenarm. Haar linker heup, haar linkerbeen.

‘Wat is er gebeurd?’ vroeg ik.
‘Goh,’ zei ze. ‘Hij heeft nu eenmaal dat agressieve kantje.’
‘Agressief? Wie? Je vriend?’
‘Ja,’ zei ze. ‘Een keer per jaar komt dat aan de oppervlakte.’
‘En dan slaat hij jouw oppervlakte maar bont en blauw?’ vroeg ik.
‘Tja. Goh. Ik weet het niet. Het is niet zo’n ramp. Ik heb niks gebroken. Hij doet dat gewoon. De volgende dag is hij weer erg lief. En hij toont het echt maar een keer per jaar, dat agressieve kantje,’ zei ze.
‘Geweldig,’ zei ik. ‘En hoe lang zijn jullie al samen?’
‘Euh, zeven jaar,’ zei ze.
‘Oei,’ zei ik.
‘Goh, ja,’ zei ze.

DE TE

– ‘Ge moet u haasten.’
– ‘Ge moet u nog meer haasten.’
– De druk, te druk. Te druk, de druk.
– ‘Mevrouw, dat moet deze week.’ ‘Mevrouw, dat moet deze week.’ Maal achthonderd.
– Skip, skip, skip.

VRIJ NAAR MICHAEL CUNNINGHAM

‘Het is scheef.’
‘Nee, het is recht.’
‘Recht, zeg je? Ik vind dat het scheef is.’
‘Maar het is recht, zeg ik je.’

‘Het is rond.’
‘Nee, het is vierkant.’
‘Nee, rond. Maar anders zou ik het eerder rechthoekig noemen.’
‘Een rechthoek? Nee, een vierkant.’
‘Ik blijf bij rond.’
‘En ik bij vierkant.’

‘Anderzijds…. Het is niets.’
‘O jawel.’
‘Jawel? Je bedoelt dat het niet niets is? Wat is het dan?’
‘Het is alles.’
‘Alles, zeg je?’ Ik vind het eerder niets.’
‘O nee. Het is niet niets. Het is veel meer dan niets. Het is alles, dat is het. Alles. Punt.’

KOEN, KOEN EN KOEN

– Vanaf morgen regent het.
– Hartkloppingen.
– Werkmannen, altijd, overal!
– De geur van de bloemen.
– Ik moet die factuur nog maken. Nu.
– ‘Vieren’.
– Koen, Koen en Koen.
(Koen waart hier al lang ergens rond. Altijd. Onder ons dak, maar ook onder deze woorden. Mogelijk zelfs van in het begin.)
Koen zegt dat hij al lang geen lekke band meer had.
“Hela,” zegt hij. “Is dat niet straf?”
Hij heeft twee bussen olie nodig.
“Zijn dat twee dezelfde bussen?” vraagt hij.
Hij weet niet meer wanneer hij op onderhoud moet komen.
“Ik heb er nu 19.000,” zegt hij. “Nee, eum, 19.650,” zegt hij. En dat hij dan rond de 20.500 zal telefoneren. “Rond de 20.500 hé?” vraagt hij nog eens.
“Mag dat met bancontact?”
“Dag vrienden,” zegt hij tegen de honden maar ook een beetje tegen mij, mag ik hopen. En “Oei, ik vergeet mijn olie nog.”