TIEN MUSSEN

Ik had een gesprek met tien mussen. Ze zaten daar, plots, op het muurtje. Een van hen vroeg hoe het met mij ging, maar een andere mus (de uiterst rechtse) wachtte niet op een antwoord en zei dat hij (of zij?) vond dat de mens er maar een soepje van maakte.
“Ha ja, dat kan kloppen,” zei ik.

Alle tien mussen knikten bedachtzaam. Bevestigend bedachtzaam. De stilte bleef even hangen. Zelfs de tweede mus van links, die tot nu toe de hele tijd had zitten fluiten, zweeg.
De derde mus van rechts vroeg uiteindelijk of wij, de mensen, beseften dat dat soepje niet echt lekker is. Dat de maïs die erin zit een bijsmaakje heeft. Dat graankorrels eerder op rubberen keutels lijken. Dat broodkruimels na een paar minuten een vreemde kleur krijgen. En dat bladluizen urenlang kunnen blijven spartelen.

Ik keek die derde mus van rechts indringend in de ogen. Volgens mij was hij een ouder mannetje. Zijn stem klonk wat dieper en hij had een grote donkere vlek op zijn borststreek. Hij ratelde nog even door. Dat hij zich erg had verslikt in die soep.
“Gelukkig leef je nog,” zei ik.

Hij antwoordde dat de jeugd (ik dus) geen respect had. Dat ik hem niet mocht tutoyeren.
“Oeps,” dacht ik.

Zijn buurvrouw (ze leek een vrouwtje) zei dat hij niet moest zeuren. Ze begon een deuntje. Drie anderen vielen in, en dan nog drie. De tweede van links flapperde even met zijn linkervleugel en vertrok. De anderen volgden. Ze fladderden wat over de tuin; vier kozen voor de tuin van de buren en de zes resterende mussen namen een pauze op de achterste hoge tuinmuur.

Volgens mij was het weer diezelfde tweede van links die eerst nog eens met zijn linkervleugel flapperde en dan dadelijk vrolijk begon te fluiten.

2 gedachten over “TIEN MUSSEN”

Geef een reactie op tsc69216 Reactie annuleren

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.