HUISNUMMER 3B

Op het oude rolluik van de kleine garage vlak bij haar voordeur stond het, in dikke, zwarte letters.

‘HEKS’.

Ze zag de letters en probeerde het woord te ontcijferen en te spellen maar ze kon er niks van maken, het was te lang geleden dat ze had leren lezen en ze was vergeten hoe het moest. Ze haalde de schouders op. Ze hield een zakje met wat afval in haar handen, draaide zich om en liep ermee naar de beek.

Toen ze terug naar binnen wou, versperden drie jongeren haar de weg.

Ze herkende hen en ze gromde.

‘Stomme heks, dikke trut,’ riep de ene.

‘Heb je je gewassen in de beek?’ riep de andere.

De derde stond er wat onnozel bij maar toen ze hem passeerde liet hij haar struikelen. Ze krabbelde recht, stak haar vuist op en gromde weer. De jongeren lachten luid en liepen door, richting de school in het centrum van het dorp, waar de leerkrachten hen goede manieren zouden leren.

Francine wreef over haar knieën, bekeek de schade, strekte been links, been rechts, stak haar vuist nog eens in de richting van de jeugd en ging naar binnen.