ZEG MAAR ‘HUP, HUP’

“Hup hup.”
“Wat, hup hup?”
“Over de hoofden.”
“Over de hoofden?”
“Yep.”
“Waarom?”
“Een mensenmassa. Ik wil passeren. Hup hup dus.”
“Waar ben je?”
“Eurodisney.”
“Druk daar?”
“Ja. Hup, hup. Maar eerst wil ik een suikerspin.”
“Een roze?”
“Nee-ee. Een witte. Een grote. Dàg.”
sspin
afbeelding: ergens van het internet geplukt.

EEN ANDER KRANTENARTIKEL

226 eva vds 10 klein

“En wie is dat, Merel?”
“Dat is een foto van een meneer, Mus.”
“Wat doet die meneer, Merel?”
“Hij praat, Mus.”
“Ja, Merel, dat zie ik. Maar waarover praat hij?”
“Dat staat in het artikel, Mus.”
“Wat staat daar, Merel? Dat zijn veel letters.”
“Ja, Mus. Ik denk dat de meneer over de wereld praat.”
(Mus denkt.)
“Over de wereld, Merel? Over de dode kinderen, Merel?”
“Ja Mus, daarover ook.”

Uit: Merel en Mus, reeks ‘De Krant’, tekst en afbeelding nr. 226 – dit is nieuw werk van Eva.
Illustratie : Eva Vanderstappen, tekst: Eliane De Bleser.
Zie ook https://anderewoorden.be/merel-en-mus/
en https://www.facebook.com/MerelEnMus

WAT DOEN ZE?

221 eva vds 5 klein
“En Merel, wat doen die meneren?”
“Dat weet ik niet, Mus.”
“Ze hebben vreemde pakjes aan, Merel.”
“Ja Mus, ik zie het.”
“Groene. En ze dragen een helm.”
“Ja, Mus.”
“En wat hebben ze op hun rug, Merel?”
“Een rugzak, Mus.”
“Waarom Merel? En wat houden ze vast, Merel?”
“Dat weet ik niet, Mus.”
“En dat, is dat zo’n geweer zoals op de kermis, Merel?”
“Dat weet ik niet, Mus.”
“Wat doen de meneren daarmee, Merel?”
“Mus, ik weet het niet.”

Uit: Merel en Mus, reeks ‘De Krant’, tekst en afbeelding nr. 221 – dit is nieuw werk van Eva.
Illustratie : Eva Vanderstappen, tekst: Eliane De Bleser.
Zie ook https://anderewoorden.be/merel-en-mus/
en https://www.facebook.com/MerelEnMus

NOT

“Wil je het niet weten, Jef?”
“Nee, Nikki.”
“Maar Jef, ben je niet nieuwsgierig?”
“Nee, Nikki.”
“Maar Jef, het gaat misschien over jou?”
“Ja, Nikki. Maar ik wil het niet weten.”
“Ja maar, Jef!”
“Nee, Nikki. Echt niet.”

WALDEN

Hij is in Walden, middenin.
En hij vecht, en hij probeert het hoofd boven de bomen te houden, en het leven te nemen zoals het komt, daar.
Hij zegt “Ik ben sterk,” maar hij voelt de krop in zijn keel, en hij slikt, slikt nog eens, misschien zou een scheut whisky helpen, maar hij heeft enkel water, en dat vindt hij best.

Het regent.
Walden regent, Walden maakt het huis nat. De leien glanzen, de dakgoten lopen over, het huis lijkt een rivier, het woud een moeras.
Hij heeft nog altijd last van de krop en gaat naar buiten, staat middenin dat Walden, middenin de wolkbreuk –
nog even.

Het stopt.
Regen, wind, rivier en moeras, ze worden opgeslokt door wat Walden eens was en wat Walden (hij weet het) altijd zal blijven.
De deur staat weer open, de leien laten de glans nog even in leven, de rivier wordt een kabbelend beekje, de zalm gaat zijn gang, van hoger naar lager.

Heel Walden, de hele omgeving, zij druppelen na, maar niet lang meer. Een specht herneemt zijn gedaver, een koekoek roept, vijftien merels en mussen groeperen, de konijnen heffen het hoofd, en hollen, en lachen en spelen.

PAUL KLEE AD PARNASSUM 1932
Paul Klee, Ad Parnassum, 1932


(Via Kunst Museum Bern)

EN ZE MAKEN RUZIE EN ZE VOEREN OORLOG

de redactie oekraïne
en ze maken ruzie
en een minuut later voeren ze oorlog
en gooien ze bommen en snijden ze mensen in stukken en
verkrachten ze
en eisen ze en dwingen ze en stelen ze – ze zijn despoten en dieven en verkrachters en dwingelanden en valsaards en ze geilen op
macht
“want macht is van mij”
“nee macht is van mij”
“ze is van mij’
“ze is van mij en van mij en van mij”
roepen ze, brullen ze, kressen ze, krassen ze. Hun stemmen slaan over, hun ogen puilen uit hun kassen, het schuim loopt hen uit de monden en ze roepen nog luider en hun stemmen raken alle dondergoden en ze wringen elkaar de nek om en dan nog veel meer, met bommen en verkrachtingen en de grootste raketten
“mijn wapens zijn groter”
“nee, nee die van mij”
“nee, nee die van mij”
“nee, nee, alles is van mij, mijn ik is groter. Alles is van mij zeg ik jullie: het land, de wapens, de huizen, de rivieren, de straten, de vrouwen en kinderen en mensen en alles wat zij bezitten – het is van mij en de macht inclusief”
“nee van mij”
“nee, nee, van mij, van mij, van mij”
en ze roepen en tieren en slaan en verwonden en doden en eisen en zeggen het land en de mensen en alle bezittingen, alles is van mij, van mij, van mij, want ik ben de grootste en ze slaan en moorden en molenwieken nog na met de armen en het schuim loopt hen uit de bekken en hun ogen puilen uit hun ogen, tot diep in de modder en diep in het bloed.

de morgen gaza
de standaard
de standaard oekraine
(foto’s via De Standaard, De Morgen, De Redactie)

WE FOTOGRAFEREN ER OP LOS

En wij, in ons West-Europaatje:
– we boeken lastminutes
– we eten mosselen
– we vertrekken naar Eurodisney
– we reizen naar Rome
– we kijken naar NCIS
– we kijken, zelfs, naar De Kampioenen – ik respecteer hun hoofdletters
– we lezen wat gedichten
– we lezen wat boeken en tijdschriften en kranten en Feelings en Flairs etc
– we gaan naar concerten
– we werken in onze tuinen, soms is dat millimeterwerk, echt en echt waar
– we ontdekken een nieuw bier van brouwerij Palm, dat is ook echt en echt waar, iets zoals nen Duvel maar de naam weet ik al niet meer en hoe het proeft zal ik zelf nooit weten. Het bestaat echt en echt waar nog maar een maand.
– we voegen er aan toe dat ze bij Den Duvel niet kunnen volgen, Amerika, natuurlijk, maar nu zijn ze ook bezig in China, echt waar, en ze moeten zelfs in ’t weekend werken, lossen, laden, dispatching hier en dispatching daar
– we fotograferen er op los. Bloemen, dieren, planten, mensen, stranden, zandkorrels, bordenvol Thaïlandscampi, goeie of niet
– we fotograferen er nog wat meer op los
– we gaan op wandel. We ontdekken van alles, echt heel schoon, ’t was een plezier om daar te zijn en we gaan zeker terug, terug te voet of misschien toch maar met de auto
– we zeggen we doen niks
– we nemen onze telefoon
en dan niks meer.
De wereld ontploft vanwege een stel dommeriken met rode telefoons en rode drukknopen en gedroomde brede schouders en ‘ik, ik, ik’ in hun vaandel, allerhoogst.

 

ET CETERA

Dikke merci aan Patrick Roefflaer voor het schrijven van zijn Bob Dylan-boek, ‘Bob Dylan in de Studio’.

In dat artikel is nog sprake van de wisselkoersen van de Duitse Mark en die van de Belgische Frank .
Een meisje loopt door een bloemenweide.
Het artikel is minstens twintig jaar oud. Ik vond het, onderin een kast in de berging in de oude bakkerij van mijn oom.
Het meisje heeft een krans van madelieven in haar blonde haren.
Hij heeft het artikel bewaard. Ik weet niet waarom.
Haar ouders kijken vanaf de rand van de weide.
Hij was niet alleen bakker, hij was ook amateur-econoom en had zelfs wat aandelen.
Ze rent naar hen toe en zegt dat ze het vanaf nu wel alleen kan.
Hij kocht, bijvoorbeeld, aandelen van het Woluwe Shopping Center.
Ze kijken nog eens om en zien hun dochter. Ze heeft de krans niet langer op het hoofd, maar houdt haar in haar handen.
Die hebben veel geld opgeleverd. En er was ook iets van het Gemeentekrediet, en van de Generale Bank, in Noorse Kronen.
De ouders gaan alvast naar huis. Het meisje loopt nog eens rond de bloemenweide.
In het artikel heeft hij een alinea aangeduid.
Er is ook een rivier en we zien zelfs een meer en een zee.
Iets over de investeerders van een ander vastgoedproject.
Het meisje kijkt. Ze ziet links de eiken, rechts de treurwilgen, ze ziet de wandelaars en de vissers met hun gevulde manden.
Hij heeft de namen van de investeerders aangeduid.
Natuurlijk ziet ze ook de blauwe lucht, et cetera.
Misschien wou de bakker analyseren, onderzoeken, prospecteren, meer aandelen kopen?
Het meisje glimlacht en loopt onder haar blauwe lucht.
Kocht hij?
Ze verdwijnt.

NOT SUCH A SONG

echo

Het hoeft geen liefdessong te zijn, het kan vanalles anders zijn, een blik op de zee, een steun in de rug van warm hout en warme klanken, van het ritme, van een toon die de hoogte in gaat en de gedachten meeneemt naar een oneindigheid die voor menselijke lichamen onbereikbaar is.

Geen armen, geen benen, geen lichaam, slechts een gedachte die bestaat op de bijna onhoorbare vibraties en in de klanken van warm hout.

ZWART 2 – MAAR NATUURLIJK

We gaan op reis en we spelen leuk haasje over: over neergestorte vliegtuigen en over uiteengereten lijken. Ja, natuurlijk hebben we het in de krant gelezen, en op de radio gehoord, en op de televisie gezien maar natuurlijk moeten we op reis vertrekken en spelen we haasje over met alle nog te komen ontploffingen.
De krant moet in de handbagage, een oog valt op een foto, we zien een afgerukte arm en die grijpt ons even naar de keel maar we proppen snel eerst een extra T-shirt in de valies en kijken op de klok en vragen ons af wanneer de taxi ons komt oppikken en of er onderweg naar de luchthaven geen file zal zijn.
We mogen vooral onze tablet niet vergeten.
En die vrolijke bermuda.
En het zal toch niet regenen?

222 eva vds 6
Afbeelding: Eva Vanderstappen, voor Merel en Mus.