TWEE

DE WANDELAAR
Iedere middag gaat hij op pad en doorkruist hij de stad. Hij heeft goede schoenen en een fototoestel. Sommige foto’s zet hij op het web.
Hij loopt over de brug van de zwerver.
Hij ziet de toeristen op de oever.
Hij ziet de afvalcontainers van de brouwerij en maakt twee foto’s.
Hij ziet een meisje in een knalrode mantel huppelend de straat oversteken. Ze loopt tot bij een jonge vrouw en ze stappen hand in hand. Hij kijkt hen na.
De wandelaar herinnert zich zijn hand in de hand met zijn vader.
Het meisje hinkelt, haar hand nog steeds in de hand van de vrouw, de vrouw hinkelt bijna mee.
De wandelaar glimlacht, kijkt rond en vergeet zijn herinnering aan het voelen van de hand in die andere, grote hand.
Hij neemt zijn fototoestel en maakt twee foto’s.

HIJ IS LIEF

JAMAL
Jamal heeft een blonde vriendin, Christel.
Christels vader vindt Jamal een goede man. Jamal is immer arts, hij is verstandig, hij is lief voor Christel, hij is erg vriendelijk, praat correct en zonder accent.

“Ze lacht en ze is gelukkig, ja, ik denk dat ze gelukkig is,” zegt de vader.

Christel en Jamal staan te kussen aan de overkant van de straat. De vader kijkt door het raam, ziet hen, slikt en draait zich abrupt om.

PAGINA ZESENVEERTIG

DE STUDENT
Hij legt de bladwijzer tussen pagina’s vijf- en zesenveertig van het boek.
Hij staat op, loopt zijn kamer en het gebouw uit en wil naar het plein, enkele straten verder. De zon zal straks dit plein overgieten, weet hij.

Hij heeft een tafel voor zich alleen en bestelt een koffie.
Links hebben ze het over de nakende examens en over de weekends thuis, bij hun ouders. Op zondag wordt er samen ontbeten, moeder bakt pannenkoeken of spek met eieren.
Studenten aan een andere tafel hebben het over een filosoof en over zijn stellingen over medelijden. Ze laten vreemde termen en moeilijke woorden vallen.
Boekentassen, rugzakken en dikke mappen slingeren tegen de tafelpoten en los op het houten terras.
De zon verwarmt de tafels, het licht benadrukt de achtergelaten kringen van de vorige glazen en koffiekoppen.

TOT TEGEN

DEEL III. DE KUBUS.

1. ‘VOOR’.

DE ZWERVER
De zwerver hult zich in een deken. Hij vond die vlakbij de containers van de brouwerij.
Hij zit onder de brug, heeft het koud en begraaft zijn handen mee onder de deken. Hij duwt zijn neus tot tegen zijn knieën.
Een groepje mensen wandelt voorbij. Een gids voert het woord. Zij zijn toeristen, zij bezoeken de stad, haar rivier, haar talrijke bruggen.
De zwerver duwt zijn gezicht nog dieper, zodat nu ook zijn oren verdwijnen.

De toeristen zijn uit het zicht en uit het gehoor verdwenen.
De zwerver staat op, loopt naar de containers van de brouwerij, vindt enkele grote stukken karton en keert terug naar zijn brug.
Hij omhult zich met het karton, duikt nog dieper in de deken, probeert te slapen.

HIATEN

Dag 10, hiaten

dit is de informatiestroom

dit is de informatiestroom

de informatiestroom overspoelt onze hersenen

de informatiestroom overspoelt overspoelt onze hersenen onze hersenen

dit is de

NEO

Dag 9, “Ik, Neo.”
Mijn naam is Neo.
Ik ben diegene die de dagen verdeelt en de zwaluwen telt. Ik ben diegene die de paardenbloemenpluizen beschrijft en de reeksen in kolommen giet. Ik ben de Neo.

Mijn taal is mijn taal, mijn woorden mijn woorden, mijn zinnen mijn ritme. Ik adem lucht en aarde, ik tintel in vele bedrijven, ik straal warmte naar de Zon. Zij ziet mij, zij keurt mijn gedragingen, zij luistert naar mijn vele verhalen en zij knikt bevestigend.
“Het is waar, Neo,” zegt zij.

Samen lachen wij.
Samen huilen wij als de mensen zich weer hebben laten vangen in hun kooien, in hun bunkers, in hun onderaardse en doodlopende gangen. Waar nodig bieden wij assistentie maar de boodschap luidt: wij zijn geen Engelen.
De Zon en ik geven licht, wij staan naast elkaar aan het firmament, men noemt ons ‘Sterren’.
Wij kijken naar de Engelen en zien hoe zij de mensen raken, aanraken, leiden. Wij zien ook dat dat niet altijd lukt; er zijn hopelozen.
De Engelen staan, stappen, zweven, vliegen. Zij kijken naar boven en weten en zien ons.

HIER

Dag 8, de rode draad.
De rode draad ligt hiér het dichtst bij de oppervlakte. Diegenen die goed kijken zien hem. Anderen hebben een bril of een vergrootglas nodig, nog anderen kunnen hem niet zien.
De rode draad beschrijft 1. de dagen en 2. de zijden van de kubus. De zijden van de kubus geven het leven weer.

NOOIT

Dag 7 deel 3.
Ze herhaalt ‘Ik doe het niet, nooit.’ en draagt, bij geen enkele gelegenheid, de prachtige wit-oranje en met bloemen versierde overall.
Hij werd speciaal voor haar en op maat gemaakt.

[En terwijl zij voorbijloopt:
De pauw kijkt en schreeuwt.
En terwijl zij voorbijloopt:
De aandacht van de pauw wordt door iets anders afgeleid en de vrouw van de ophaaldienst verdwijnt uit zijn gedachten.
Even later merkt hij haar terug op en zegt: “Zij is een mooie hond” en hij verandert zelf in een boxer.
“Nu ben ik honds,” weet hij.
Hij blaft.]

1000 BEELDEN – 9 – WIDE AWAKE

IT’S RAINING ASHES / BESTELBON EX.: LEVERANCIER NR. 17002557 / DUSTER / JC? / V-BELT / WEIGHT 6X / EH.PRIJS 1418.1800 / KONTROLE MERK / TE FACTUREREN AAN / OLIEPOMP LEKT! / FORK OIL SAE15 / OIL SEAL (10W) / EYES WIDE AWAKE EYES WIDE AWAKE / BEGROTINGSARTIKEL 33001 127 06 / LEES OOK DE TOELICHTINGEN OP DE KEERZIJDE / ADRES SMAK / ADRES BIMOTO / WEGD. BEOBANK / RETOUR / OKE 10000 / 13S-12111-01 VALVE, INTAKE / 1WS-11181-00 GASKET, CYLINDER H / A-CHANGIN’ / 15:15 – 16:00 / BCP012 / POSTBUS / APERO-WRAPS / THEY ARE A-CHANGIN’ / BVBA / 1964 / PL.BOEK / LAUGH ABOUT OUR FUNNY LITTLE WAYS / JC6002 / JC6004 / BOLT, STUD / FJR1300AS / MOTOAFBRAAK /

dd. 10/2/2018

SIERLIJK

Dag 7 deel 2.
De vrouw moet een kleurrijke werkoverall aantrekken, zegt haar arbeidscontract.
Bovendien: ze moet hem om de paar uur wassen, ze moet voor de uitstraling van de firma zorgen, ze moet dat lied blijven neuriën en ze moet naar de mannen lachen maar hen ook op afstand houden.
Ze moet.
Maar ze draagt een donkergrijze werkoverall.
Ze draagt ook zakken en dozen, boordevol afval, tegelijkertijd.
Ze doet een danspas of tien, twintig en ze glimlacht.
De mannen volgen haar; wie is zij? Een muze, een sirene, een gazelle?

[Onderaan wordt een afbeelding van een trotse pauw toegevoegd. Hij staart haar aan. Hij opent zijn staart, pocht nog meer met zijn pracht en schreeuwt. De vrouw ziet het beest en keert hem de rug toe.]