OF EEN CEO

– Goh, goed, dank je. Druk druk druk. Een stoelendans.

– Wat? Waarom?

– Omdat A verhuist naar bedrijf 1, B naar bedrijf 3, C naar bedrijf 2 en bedrijf 4 heeft D aangeworven. 5 betaalt E meer dan wat hij vroeger in 1 verdiende, 6 heeft voor F een betere ontslagvergoeding op papier gezet, G begint ook bij 1 en krijgt flink wat aandelen maar A is daarvan niet op de hoogte, bovendien wordt 1 binnenkort door een Chinees bedrijf overgenomen maar A noch G weten daar iets van. En niet onbelangrijk; een maand geleden heeft H haar ontslag bij 4 ingediend, zij mocht beginnen bij 7 maar de raad van bestuur van 7 is nu van gedacht veranderd en H zal op zoek moeten naar een ander bedrijf, in een nieuwe sector. Als je wilt weten wat er exact gebeurde kan je het aan D vragen, die is van alles op de hoogte, hij heeft er veel met haar over gepraat en hij kent alle details.

– Het lijkt me eerder een soep dan een stoelendans.

– Ha, maar zo ingewikkeld is het niet hoor. En het is de normaalste zaak van de wereld.

– Normaal?

– Ja, normaal.

– Betalen die jobs goed?

– Ja. Meestal erg goed. En over alle voorwaarden wordt vaak lang onderhandeld.

– Ik veronderstel dat ik niet in aanmerking kom?

– Nee. Je draagt de verkeerde kleding en je kent niet genoeg mensen.

– Hola. Moet dat dan?

– Yes.

– Tja. Ik kan mezelf wat oppoetsen en ik ken jou, jij kunt me helpen, dat zal wel volstaan zeker?

– Nee, want ik beslis niks. Ik adviseer.

– O. Je adviseert. En, doe je het graag? Moet jij jezelf dan alle dagen grondig oppoetsen? En ben je gelukkig?

IMMER

En de maan, flinterdun, amper zichtbaar, moe van de nacht.

En drie, acht, zeven is een juiste volgorde, of zes, twee, elf.

En de zon komt op, de zon gaat onder, de zon komt op. Zelfs van achter haar wolkendek zegt ze ‘Komaan joh’ en geeft ze ons een tik op de rug, ‘De dag,’ zegt ze, ‘de dag!’

LEVEN

en de leraar is moe, moe, moe zegt hij, maar hij bijt zich door de tientallen kaartjes die hij wil maken en zegt dat het moeilijk is, andere school, andere graad, andere leerstof en hij wil alles erg goed doen, perfect moet het zijn. Hij zit uren en uren over zijn schrijftafel en laptop gebogen, maar volgende week is het vakantie, zegt hij, en dat hij dan toch een beetje zal werken, het moet klaar zijn, hij moet zijn draai vinden, hij moet zich thuis voelen in de nieuwe maar ook in de oude materie, hij doet het zo graag, zegt hij, hij wil het goed doen, ja, ja, perfect, zegt hij.

EN EEN DONKERGROEN HART

en de hond heeft zich de plastic pot met de grote, zachtgroene klavers met roze bloemetjes toegeëigend. De potgrond ligt verspreid over de binnenkoer en de klavers zijn geen klavers meer. Maar holala, de kleuren!

BAF

en een vrouw klopt op het hoofd van haar man. ‘Jij. Hebt. Die. Ene. Klus. Nog. Altijd. Niet. Gedaan,’ dreunt ze.
Hij haalt zijn schouders op, zegt ‘Jaja ik zal het direct doen, ik ga eerst even naar buiten,’ en hij loopt de tuin in, ademt diep in en uit en bekijkt de rode fuchsia, ja, die moet uitgeplant, misschien best vlakbij de afsluiting? Hij wil wat goeie grond in de kruiwagen scheppen, waar is die ene spade ook weer? En misschien moet hij ook dadelijk maar die magnolia verzetten? Het is al avond maar de bijna volle maan geeft voldoende licht, hij kan nog een uur of wat, minstens

EN

vleermuizen. Niet angstaanjagend, ze horen erbij, iedere laatzomeravond fladderend over de binnenkoer, geen idee waar ze naartoe vliegen, in het donker lijkt hun gefladder op dat van de zwaluwen maar de zwaluwen slapen, die rusten en bouwen aan hun energie voor hun levenslust, morgen, morgen.

SKY – ROZE

er is veel roze, roze, zoals op dat verjaardagsfeestje van dat jonge meisje, in Berkeley, een huis vol roze geschenken en volk, volk, en roze moeders die de hele tijd zegden ‘soooo cute’ en ‘soooo nice’. De vloer, de muren, de tuin, de ganse lucht kleurden roze, het meisje zelf als eerste, helemaal, schoenen, sokken, jurk, tot en met de tip van haar neus, sooo beautiful.

LIVING

‘I am not interested in art as a means of making a living, but I am interested in art as a means of living a life. It is the most important of all studies, and all studies are tributary to it.’
(Robert Henri, The Art Spirit)

SKY BLUE SKY EN

een oudere man en een nog oudere hond lopen voorbij. De man groet ons niet, hij zit in de tunnel van zijn wandeling. Telkens om acht uur vertrekt hij, weer of geen weer. Zijn vrouw ligt nog in bed, ze voelt zich niet goed, zei ze, ze zei het ook gisteren. Straks, in de loop van de voormiddag, staat ze op en vraagt ze waarom de koffie niet goed smaakt, waarom hij geen verse gezet heeft.
‘De koffie wàs vers,’ antwoordt hij. Zij gromt dan binnensmonds en hij zegt dat hij met de hond naar buiten gaat.
‘Alweer?’ vraagt ze, trekt haar badjas wat dichter rond zich heen en verandert het televisiekanaal. Hij wist dat ze dat zou doen maar zegt er al honderd jaar niks meer over, hij gaat gewoonweg naar buiten, de tuin in, misschien ook de straat op, de hond heeft zijn beweging nodig, zegt hij, twintig, dertig keer op een dag.

OF EEN BALLERINA OF EEN POSTMAN OF EEN INGENIEUR OF EEN LASSER OF EEN DOKTER OF EEN (*)

(rustig) Maar.
(luider) Maar, maar.
(nog luider) Maar!
(stil)
(stil)
(twijfelend) Maar… Maar…
(stil)
(zacht) Maar.
(luid) Maar? Maar?
(vastbesloten) Maar!
(stil)
(stil)
(nog altijd vastbesloten) Maar!
(herhaalt) Maar!
(verlaat de kamer)

* telkens M/V