Ze zei Ik wil terug naar die kust, naar het spel van de golven met het zonlicht,
naar de kracht van de wind en de kleuren van de regenbogen in de opvliegende
druppels. Naar het gestage op en af en op en af van het water en van de wind.
Ze zei Ik mis de grootsheid, de energie, ik mis het kunnen zien van de pracht,
zelfs al kan ik het me met gesloten ogen voorstellen en volop voelen en horen.
Het blauwe, het diepe, het blauwe, het diepe, het verre, het echte.
Ze zei Het is enorm.
Ze zei Het water op de keien en de weelde van zon, zee, wind. Van de kleuren.
Ze zei Ja ik weet het dat luttele kilometers verderop de duizenden soldaten
begraven liggen. Hun kruisen. Ik weet het, ik weet het. Het witte. De bomen.
De pleinen. Het gras.
Maar daar? Die toren? Reikend naar wolken. Baken voor schepen en mensen.
Zijn oude vuur. Zijn licht in de nachten. Het wijze, de wijzer. In die krachtige
golven, in zonlicht en stormen en wind. Met zicht op oneindig, op zeeën en
velden, op tuinen en huizen. Op mensen.
Tag: wind
BOREAS & CO
Hoor, de wind!
Hij rolt en hij tolt!
Hij raast en hij vraagt:
‘Wat met de aarde? Mijn aarde?’
Hij vraagt het de zeeën. Zij weten het niet.
Hij vraagt het de wolken. Zij weten het niet.
Hij vraagt het de zon. Ook zij weet het niet.
Hij roept en hij zoekt, hij raast en herhaalt:
‘Wat met de aarde? Wat nu met mijn aarde?’