LISA

“Lisa kwam uitsluitend bij mij op bezoek als haar man voor zijn werk naar Luxemburg was, iets dat een keer om de twee of drie maanden voorviel. Dan praatten Lisa en ik telkens gedurende een uur of twee, drie. We hebben dat jaren gedaan en ik keek altijd uit naar haar bezoeken en nee, er is nooit meer geweest dan dat, want ze wou haar huwelijk niet stuk, zei Lisa, en ik respecteerde dat.”
“Ja, we praatten er over.”
“Ja, ik was verliefd op haar. De hele tijd. Ik dacht vaak aan als-dan. Wat als? Zouden Lisa en ik een goed stel geweest zijn? Zouden we de echte liefde gevoeld hebben? Bestaat ze wel, die echte liefde? En zouden Lisa en ik van elkaar doordrongen geweest zijn, zonder elkaar te willen opeisen? Zouden we daar in geslaagd zijn? Zie je, Nikki, dat vraag ik me af. Heb ik het mooiste en het beste gemist? Misschien had ik haar moeten ontvoeren, hahaha! Of misschien had ik haar ervan moeten overtuigen om samen met mij weg te lopen, naar Frankrijk, naar Italië, naar de Verenigde Staten, Californië, misschien, naar een van de eenvoudige dorpjes niet ver van San Francisco, met een kleine vissershaven. We hadden dagelijks langs de kade kunnen lopen en ons laten verwonderen door het tij en door het licht.”
Jef zweeg. Ik zag hem denken.
“Misschien hebben we iets belangrijks genegeerd hé Nikki, Lisa en ik. De enige, ware liefde. Hebben we Haar echt genegeerd? En wat als? Weet jij dat, Nikki?”
Maar ik wist het niet. Ik had geen antwoord voor Jef.

DE ONDERWERPING VAN DE VROUW

“De professor zei dat er een boek bestaat met als titel ‘De Onderwerping van de Vrouw’, ik vind dat nogal straf, dat zo’n boeken bestaan en gelezen worden, mijn vrouw was helemaal niet onderworpen, integendeel, ze was zelfs zo niet-onderworpen dat ze me zonder boe of ba heeft laten stikken. Ik zou graag weten hoe het bij haar nieuwe man is afgelopen, zouden ze nog altijd samen zijn? Is ze daar ook niet-onderworpen? Of wel? Ik vraag het me soms af, of ik haar had moeten onderwerpen, ik bedoel, misschien had ik haar streng aan mijn regels moeten binden, maar dan had ik eerst regels moeten uitvinden, strenge regels zeg maar, en dan had ik haar die misschien klaar en duidelijk en met mijn vuist op de tafel duidelijk moeten maken? Had ik zo’n man moeten zijn, dan?”
(Zegt Jef)

(Los van de tekst; de muziekkeuze van vandaag liet ik zonder enige twijfel over aan het  toeval van de jukebox aka iTunes, met dank aan EC, MB, aan de bibliotheek van Londerzeel en aan mezelf)

ORANJE WIT ORANJE WIT

“En het leven is goed geweest voor mij. Er waren wat zwarte periodes maar al bij al, nu ik terugkijk, ja, het was goed. Paarden, vlinders en klaprozen in de tuin, wat kan een mens meer verlangen? Goeie tabak en een pijp natuurlijk. En goede buren. En een rustige straat en hoog overvliegende vliegtuigen.”
Jef zweeg. Waarschijnlijk hadden zijn gedachten zich in zo’n katoenen ligstoel genesteld, bestaan die stoelen nog? Ze waren eenvoudig en verstelbaar, ze waren ofwel effen, ofwel met strepen. Als je er in zat kon je de vroege lentezon op je gezicht en op je handen voelen. Waren ze van katoen? Of heet dat canvas?
Jef neuriede iets. Hij zat in zo’n stoel, en met zijn hoofd tussen de violen, wist ik.
deckchair orange
afbeelding via google.

2014 ONDER OF BOVEN

“Ik keek nog eens naar het journaal, Nikki, en ik zag maar liefst drie bommenleggers. Z-terroristen, alle drie. Ik noem hen zo. Ze vonden alle drie dat ze de levens van enkele andere mensen met zich mee moesten nemen. Ze konden toch gewoon wat beton of metaal de lucht inblazen, zonder andere levens te eisen? Een hele building? Zonder doden? Wat is dit voor een wereld, Nikki? Hij staat begot op zijn kop en hij laat de mensen rondtollen zodat ze niet meer weten waar onder of boven is. “
“Jef, je mag je dat zo niet aantrekken.”
“Vind je, Nikki? Ik vind dat ik me dat wel mag aantrekken. Anders word ik een koele kikker, hoor je me al kwaken, hoor je me al een concert geven, samen met al die andere kikkers?”

Ik wens iedereen een goed eindejaar en een gezond, veilig, mooi en fantastisch 2014 !
Eliane.

kikker
Afbeelding: Wikipedia.

DRIE

“Een wolk. Twee wolken. Drie. Ik herken een olifant, ik herken een dinosaurus.”
“Jef, ben je oké?”
“Ja hoor Nikki. Ik kijk naar de lucht en ik herken.”
“O.”
“Nikki, de mensen zijn vergeten dat de wolken figuren en landschappen zijn.”
“Ja, Jef, dat is waar.”
“Kijk, een echte egel.”
“Een wolkenegel hé Jef.”
“Ja. En daar, een opening naar een andere aarde.”
“Hahaha, Jef. Er zijn geen andere aardes.”
“Nee Nikki, dat is waar. Alhoewel. Maar het is een opening.”
“Een wolkendeur, Jef.”
“Yep, een wolkendeur.”

GOUD, GOUD, BLAUW, BLAUW

“Die ochtend waren de berken van goud. De takken en de stammen bedoel ik. Het viel zo op omdat de zon net op volle kracht scheen, en omdat de kleur van de lucht van het goede blauw was. Goud, goud, blauw, blauw… Een mens zou er vrolijk van worden.”
“Jef, wanneer was dat?”
“Een paar ochtenden geleden, Nikki.”
“En vandaag, Jef?”
“Dat weet ik niet, Nikki. Ik heb niet gekeken.”
berken
zicht op de berken in de Brusselsestraat en de Polderstraat, Londerzeel, 20 december ’13.

EN OMGEKEERD

“Ik ook niet hoor Nikki, ik ken ook niks van mythologie. Iets met goden, dat weet ik. Ze zijn sterk en kunnen vanalles, verdwijnen of in brand vliegen of zo groot als een reus zijn of zelfs zo groot als de wereld en toveren, ze kunnen toveren, ze kunnen van bergen zee maken en van engelen monsters, en omgekeerd.”

Shade and Darkness - the Evening of the Deluge exhibited 1843 by Joseph Mallord William Turner 1775-1851
Afbeelding: William Turner, Shade and Darkness. Bron: Tate.

MIJN NAAM IS NEO

10948790944_ff697d3e47_c
(foto : Donna Kuhn)

Jef zegt dat er in den beginne helemaal niks was, vooral geen Fukushima en dat hij nog nooit eerder iets over die stad gehoord had, laat staan over Tepco.
Jef zegt dat hij het allemaal niet begrijpt, van het splijten en van de containers en van de opslag en van het gevaar.
Maar, zegt hij, er is iets met de besmetting van het water en van de lucht en er is wat met kankers die we allemaal hebben en zullen –
Er waren al zo veel duizenden bommen en proeven en baf ontploffingen en we leven toch ook nog, zei een expert, zegt Jef.
(Een nuchter iemand, verstopt in de coulissen maar altijd aanwezig, zegt: ‘Ja, vandaar, we hebben allemaal kanker’) (herhaling)

Jef zegt dat er in den beginne helemaal niks was, geen drukte in de straten maar ook geen mannen met een M-manie om bommenwerpende ruzie te maken
– en vrouwen.
En dat er geen zelfontploffers

en geen duizenden tonnen vet in de riolen
en geen instortende sportstadia
en geen misrekende bruggen
en geen valse dokters
en geen euro’s en dollars

(een andere stem, ook uit de coulissen, zegt: ‘Maar alvorens ik u begin te vervelen’)

Er woedt een Kerstmissfeer.
Er woedt een nieuwe mode: de kerstbomen werden gehalveerd.
En nieuwe materialen – zijdezacht, en wee, van kleur.

Terwijl de solden van Rimbaud
en een wijnrank van Pavese
Terwijl de kracht van Whitman
en een tekening van Blake

– sta ik hier, Neo. Ik ben de Baas van de Stadions
er woedt het voetbal
en veel mensen

Ik ben vooral: de Baas van Vrede
en baad mijn handen, sprankel water over al die godverdomse hoofden

wijs hen op nog groter en nog meer gejoel, op deze aarde
maan hen, ‘rustig, rustig’
maan hen, in een poging

CUBERDONS

“Drie kilo.”
“Drie kilo? Maar Jef, dat is toch veel te veel?”
“Niks van. Ik wou drie kilo. Een kilo neuzen en een kilo muizen. De rest is drop in allerlei vormen en soorten, hard en zacht en zout en zoet.”
“Jef, dat is toch niet gezond?”
“Kan me niks schelen. Verse cuberdons. Die eerst.”

cuberdons

foto via http://www.grenswetenschap.nl/permalink.asp?i=4028

JEF ROOKT. ZIJN PIJP. (2/2)

Bovendien, zegt Jef, zijn mensen mieren geworden want hij zag op televisie dat in steden zoals New York of Londen en de voetpaden en de weerspiegelingen in de blinkende gevels van de gebouwen en in het glas
Jef rookt.
Zijn pijp.
Hij kijkt naar de blauwe lucht.
Straks de school.
De straat, het zebrapad.
De kinderen, de fietsen.
Vrolijk.
Jef rookt.
Zijn pijp.
Een fabel over een mier en drie olifanten en een glazen huis ten voordele van een nieuw goed doel en de media-aandacht en nog een mier en een zebra en 33 grote kikkers.
(en de mensen zeggen ‘Jef is een beetje zot’ en ze kennen hem zo en ze vertellen het zo voort bij de bakker en de slager en aan de telefoon met hun vriendin of hun moeder of whatever, ‘moet je weten’ en dan praten ze over iemand anders en ‘o je wist het al maar’ en zo voort maar nee hij is niet gevaarlijk alleen dat van die paarden)