HIERACHTER ETC

Nee, geen Poolse wetteksten he zeg!
Liever (zet je maar schrap want de lijst is lang):
De Koen met zijn lekke banden (Het is lang geleden dat we hem zagen, hij rijdt niet meer, hij durft niet meer?), Maria met haar tonnen tomaten, Anja met haar vogeltjes, de andere Anja en haar vele reizen, Nicki met haar verhalen over Jef, onze Max die neerploft, Maurice met zijn tientallen gevangen muizen en die soms wel, maar vaker niet komt als we hem roepen, Hugo met zijn (toch wel) mecaniekershanden, Jeaninne met haar eeuwige gezeur, Gerda met haar oude job die terug haar nieuwe job werd, Bart met zijn blinkende maar ook allesziende ogen, en dan heb ik het over de bloedsomloop en veel meer, Kim met haar handgeschreven structuren en haar vele grage zien, Leen met haar oerwoud en thuisboerderij maar ook met haar mensen.
En ook: dat wij, maar vooral zij (al die anderen die soms ons pad kruisen) ouder worden en vaak wijzer, maar niet altijd, soms roesten we/ze vast, maar soms blijven we/ze denken, trainen we/ze onze/hun grijze massa zodat onze/hun hersenen de levensnoodzakelijke verbindingen blijven leggen.
En vervolgens zoom ik (liever) terug in op de dingen van de mensen, die ene futuristische brug, die geluidloze auto, al die nieuwe dingen, en dan denk ik: de wetenschappers doen beter dan de beleidsmensen, de reclamemensen, de economie. Of, blik veranderend, een ander, smaller pad kiezend: Carine met haar kookkunsten, de andere Karin met haar vele bakken moed, ze zijn enorm, die bakken, ze lijken onuitputtelijk, maar toch moeten we duimen en haar moed proberen te versterken – zijn dat ook fundamenten?
En dan, de vlinderstruiken, die, paars zowel als wit, half oktober weer in bloei staan, en het mooie weer van de komende dagen, zal dat nog meer nieuw leven geven?
En al het gefriemel van ons, mensen, wij, velen, overal, zie ons, mieren, lopend, ijverig? Of enkel zoekend, naar wat? Naar eten?
Diepe zucht en dan adem, adem en
[Korte pauze]

METRONOOM



Dank je. Metronoom.
Metronoom? Huh?
Ja, zo voelt het, alles. Het is iedere dag hetzelfde. Identiek. Enkel de snelheid kan af en toe verschillen. Ik sta op, ga plassen, drink een glas water, laat de katten
Hoeveel heb je er nu?
Zes. Ze vangen muizen en kleine ratten. Honden heb ik niet meer, die kosten te veel, het eten hé, katten zijn goedkoper en zijn de ganse dag op stap, ze komen ’s avonds terug, uitgehongerd
Maar het is toch fijn dat ze altijd terugkomen?
Ja ik hou van die beesten maar zelfs dat is altijd hetzelfde en ik
En na de katten?
Hetzelfde, iedere dag, eten, opfrissen,
En het werk?
Idem. Idem. ABC. DEF. GHI. Enzovoort. En dan opnieuw.
Vertel.
Klassement. Ik doe iedere dag de ronde. Ik snij me aan de papierranden, kijk, hier, het heeft gisteren erg
Geen computerwerk?
O jawel. Hetzelfde. ABC. DEF. Ik ben altijd blij als ik aan de
Maar voor het overige alles oké?
Ja, ja, natuurlijk. Maar de X en de Y en de Z worden verwaarloosd.
Huh?
Klassement. Ik heb die niet veel nodig. XYZ. De Q ook niet. En de U heb ik ook niet vaak
Maar alles is oké?
Ja, monotoon.
Metronoom, zei je eerst.
Monotoon, metronoom, het is
Je rijmt!
Metronoom is beter. De snelheid, zie je. Tik, tik, tik of Tiktiktik, het is de ene dag tegen de
Maar de collega’s?
Ja, de collega’s.
Lukt het een beetje?
Ja. Metronoom, monot
Maar je hebt de katten.
Ja en het alfabet. Kat A, Kat B, Kat
Meen je dat?
Ja, in volgorde. Maar niet te snel met de collega’s. Tik. Tik. Ik moet voorzichtig zijn
Je ziet er wel goed uit.
Ja, goed, ja dat lukt wel. Rustig zijn, rustig doen. Tik. Tik. Tik.



VAN DE EEUW

Hij vroeg of hij hem vrijdagavond al zou mogen komen terughalen

Ik zei dat ik dat niet wist ik wist ook niet hoeveel werk eraan zou zijn en we zullen wel zien zei ik

Ja maar zei hij ik moet hem echt vrijdagavond hebben want zaterdag kan ik niet komen echt niet het is het WK zei hij

WK welk WK vroeg ik

Hij keek me verbouwereerd aan en zei het WK wielrennen natuurlijk

Oei waar is dat misschien vroeg ik

In Leuven zei hij en keek me nog verbouwereerderder aan

Oei herhaalde ik daar weet ik niks van maar ik vind het natuurlijk tof dat dat hier bij ons is en ja ik kan er inkomen dat u daar zo naar uitkijkt en dat u dat van dichtbij wilt meemaken

Ja ik wil dat niet missen het is het Evenement van de Eeuw zei hij zal hij dan vrijdagavond klaar zijn?

DE VLINDERS VAN NABOKOV, MISSCHIEN

Ze borduurde alleen maar vlinders. Alle kleuren. Hoe bonter, hoe liever. Grote steken, kleine steken, iedere vrije vierkante centimeter opgevuld met vlinders. Spreien, dekens, kussens, handdoeken, truien, lopers, zelfs een collectie wandtapijten, een keer zelfs schoenen.
Een vriendin vroeg haar om, als achtergrond, enkele zonnebloemen te borduren, maar dat wou ze niet. Ze was koppig en bleef uitsluitend vlinders borduren.

Tot de directeur van een grote kleuterschool haar vroeg om een reuzegrote speelmat te versieren. Dat ding moest de ganse vloer van de grote turnzaal bedekken. Er moesten natuurlijk vlinders op staan, zo veel mogelijk. Maar de directeur wou ook borduursels van ballen en hoepels, van rackets, poppen, treintjes en legoblokken, van speelgoedauto’s en schommels. En van boeken.

Ze begon de nieuwe onderwerpen te bestuderen. Keerde rackets, speelgoedstations en legoblokken als het ware binnenstebuiten om alles goed in zich op te nemen. Bij de boeken bleef ze hangen; er was een mooi boek, over een wolk en een rots, dat ze uiteindelijk uit het hoofd leerde, niet alleen woord na woord maar ook prent na prent en kleur na kleur. Na een jaar studiewerk begon ze eindelijk aan de speelmat. Nog twee jaar later was die helemaal klaar.

Wat ze gehoopt had gebeurde; de kinderen waren blij met het borduurwerk, probeerden de vlinders te vangen en te strelen, namen een bal, een pop of een trein vast en speelden dat het een lieve lust was. Ze lieten zich ook opslorpen door de boeken en wentelden zich in die mooie prenten van de wolk en de rots en van alle  andere boeken. En als ze er even genoeg van hadden, dan keerden ze terug naar de vlinders, of naar de rackets, of naar de treintjes.

Ze was tevreden. Ze keek naar de speelmat en haar werk, naar de kinderen en hun plezier. Besliste dat, tijdens de mooie dagen, de speelmat buiten moest, en dat ze de betonnen speelplaats volledig moest bedekken.

Ondertussen heeft ze, voor een andere school, nog een tweede, veel grotere speelmat in de maak. Een derde staat op het programma. Daar zal ze ook horizonten, oceanen en zelfs zonnebloemen op borduren. Spreien, dekens, kussens doet ze niet meer. Af en toe nog een paar grote wandtapijten, en die voorziet ze uitsluitend van vlinders. Dat blijft.

BUITEN

Sinds vorige week slaapt hij in de oude schuur, op een luchtmatras. Een echt bed vond hij nog niet.
Een tafel en een stoel heeft hij.
Een buitendouche en -toilet ook.
De was wil zij nog doen en soms eten ze samen – hij kookt.
Zij blijft alleen, in het vernieuwde huis.

Hun dochter vroeg: ‘Is dit oké?’
Hij antwoordde: ‘Ja. Ja. Ja. Het moet.’
‘Ik vind het niet oké,’ zei ze.
‘Ja. Ja. Ja. Het moet,’ herhaalde hij.

VOL

Vorige keer schrok ik.
‘Ja, ik weet het, ik ben gevallen, mijn gezicht ziet er niet uit, het is geabimeerd’ zei ze.
Ik moest lachen.
‘Dat is een oud woord,’ antwoordde ik.
‘Ja, het is wat het is,’ zei ze.

Haar gezicht was nu helemaal genezen.
‘Let op dat je niet valt,’ zei ik.
‘Neenee, ik blijf rechtop, en daarbij, ik word oud, vallen is niet goed voor mij, ik kan een heup breken, of nooit meer kunnen lopen, dan moet ik rollen,’ grapte ze.
‘Het is niet grappig,’ zei ik.
‘Jawel, jawel, kijk maar, ik kan goed lachen en ik heb al mijn tanden nog en niet veel rimpels’ zei ze.
Ze bukte zich, raapte een handvol kiezelsteentjes op en gooide die een voor een in de gracht.
‘Binnenkort kan ik terug zwemmen en kilometers stappen, een mens moet bezig blijven, veel bewegen, spieren kweken en onderhouden en niet vallen,’ zei ze.
Ze nam nog een handvol kiezelsteentjes en gooide, een voor een, een voor een

BLURBS

Dit is mijn eerste geldmachine.
Hoe ik die gemaakt heb? Heel eenvoudig, ik produceerde gewoonweg enkele blurbs en ik maakte wat reclame. Veel mensen vonden mijn blurbs interessant en ze kochten er dadelijk twee of drie. Hun vrienden zagen dat en kochten ook wat blurbs. De vrienden van mijn vrienden zagen dat, en zo voort, iedereen kocht.
Ik ondersteunde de fenomenale verkoop van mijn blurbs met nog wat meer marketing. Dat werkte. Ondertussen heeft driekwart van de mensen minstens een of twee blurbs.
‘We hebben die nodig,’ hoorde ik onlangs. Aha. Dat deed me natuurlijk glimlachen.
En ‘Een mens kan nooit genoeg blurbs in huis hebben,’ zeggen ze. Lol.
En voilà, zo werden de blurbs een geldmachine. Met het geld van die eerste machine bouwde ik een tweede. Een schot in de roos, alweer. Lang leve mijn blurbs, lang leven de marketing, lang leve mijn geldmachine.

O E U V R E (3/3) – ALL BLACK

Ha maar zijn volgende plan leek nog beter.
‘All Black on Old Canvas,’ dacht hij.
Hij nam het werk van een oude meester en overschilderde de beroemde woeste golven met een dikke zwarte laag.
Of zou hij de nieuwe titel laten verwijzen naar de oude? Nee, toch niet. Ze moesten het raden. Of hij kon tijdens de vele interviews die zouden volgen een hint geven. De wereld zou op zijn kop staan. Een oud en beroemd werk opgeofferd door een jonge kunstenaar?! WTF!
Hij bekeek de zwarte, grove lagen verf. Hij was tevreden. Het licht speelde met het zwarte en toverde zelfs schakeringen.
‘Yep, all black on old canvas, easy!’ grinnikte hij.

“White may be said to represent light, without which no colour can be seen; yellow the earth; green, water; blue, air; red, fire; and black – black is for total darkness.” – Leonardo da Vinci
(http://www.annacarien.com/blog/2016/9/5/-black , met dank aan H. voor de hint)