OF NIKS

Ik leg me neer en
doe mijn ogen dicht,
blijf stil
en luister.
Ik hoor           niks.

Maar dan toch, plots,
een kinderlach
en stemmen van een vrouw, een man
en dan weer          niks.
Of toch?

Getsjirp van merels, mussen,
af en toe de vrolijkheid
van zwaluwen
en
nu en dan het ruisen van de bladeren

en dan weer
               niks.
Of toch?
Of niks?
Of toch?

De zwaluwen,
een duif of twee,
de zwaluwen – hun vrolijkheid.

Ik lig.
Ik houd mijn ogen dicht
en luister,

hoor weer even           niks.
Of toch?

LICHT

Hij wist dat licht licht was,
probeerde het volledig te grijpen
maar het ontsnapte
telkens,
schoot omhoog of omlaag,
het maakte zelfs een dubbele salto

en plots wist hij
‘Ik moet rustig blijven,’
sloot de ogen, draaide

langzaam

om zijn as, opende de ogen
en greep

Hij kon er mee spelen, jongleren,
liet het los,
ving het weer op, dicteerde het

helemaal zelf

om een dubbele salto te maken
of liet het

zelfs
even verdwijnen
om het dan lichter dan licht
weer naar voren te brengen

en te laten
springen
en botsen
en alles

Hij joeg ook de storm
en het onweer

vér weg

door te blazen
en nog eens
en voelde zich zelf

lichter dan licht
toen hij het licht
helemaal los liet,
kon laten.

JA, WAT, IN FEITE?

Het ruikt hier naar pas gemaaid gras
en de vliegen vliegen
de duiven
en de zwaluwen.

Het ruikt naar pas gemaaid gras
en een jonge man ziet een jonge vrouw
een jonge vrouw ziet een jonge man
en vijftien jaar later

hebben ze een huis, een tuin, twee kinderen,
ze werken, eten, slapen,
helpen met de rekensommen
en kijken televisie.

Het ruikt naar pas gemaaid gras
en tweeduizend kilometer verder
en vierduizend kilometer verder
zaait de mens

geweld, dood, verdriet,
kapotte huizen,
wezen,
kinderloze ouders.

Op sommige plekken ruikt het
naar pas gemaaid gras
en elders, de mens, zaait hij,
zaait hij wat?

VOL VEEL

Velden vol veel
gedichten

Lorca

Pavese

de jonge Hertmans

de immer jonge Rimbaud


Cummings



Hölderlin



Velden vol veel

veel

vaak anders


de zinnen
de woorden


Whitman



Carver

De tuimelingen van Borges

en van zijn vriend, Bioy Casares

en de uitvinding
en de tijd

of Rilke
of Handke


of, alweer, de jonge Hertmans

en Boon

en Elsschot

en, alweer, Pavese en de zon en het licht en het water en de velden en de warmte


en de vriendschap

en het leven



Velden vol veel

veel wereld

en meer


en nog

nog een wereld

mensen en huizen en dromen

veel



en rozen en doornen