Waar is de zon? Zij is laat. Zij hield zich niet aan haar afspraak. Of wel?
WOLKEN
Het spel van de wind met de wolken.
BOMEN
Het spel van de wind met de bomen.
WOUD, WOUDEN
Er zijn de wouden.
RIVIER
Er is nog meer. Er is een rivier. Er is een tweede, kleinere rivier.
SCHADUW
Een hond zoekt schaduw, anders verbrandt hij zijn poten.
LICHT
Hou altijd het licht in de gaten – het spel met de bomen, de bossen, het stro, de brug, de stenen in de rivierbedding.
ZIJ
Er is een boer. Er is een boerin. Zij melken de koeien.
KINDEREN
Er zijn kinderen.
BOSSEN
Het spel met de bossen.