MISSCHIEN VOORAL

– Met vriendelijke groeten, Met vriendelijke groeten, Met vriendelijke groeten
– Empty yr head.
– Misschien vooral Pavese.
– Zacht-rood en zacht-mistig.
– Keer terug naar het zachte, zachte, zachte.
– Dertienduizend mails & counting & counting & adem & adem & adem.
– De zon in al haar sterkte en glorie en vanzelfsprekend is zij vrouwelijk, zij zou niet anders willen noch kunnen.

AKA ‘OUT’

NEE, Mijnheer, dat is niet voor U, Mijnheer, u bent VEEL TE OUD, Mijnheer. Laat hen gewoon DOEN, Mijnheer, LAAT DE JEUGD.

Maar ik zei het toch reeds, Mijnheer, U moet laten gaan, Mijnheer, laat alles aan hen, Mijnheer, HET IS NIET VOOR U.

Zij kunnen het beter, misschien, Mijnheer, of helemaal niet, misschien, Mijnheer, u mag blijven en KIJKEN, misschien, Mijnheer, MAAR NIET MEER DAN DAT.

U moet het onthouden, mijn beste Mijnheer, u bent VEEL TE OUD, mijn beste Mijnheer, ik blijf het herhalen, mijn beste Mijnheer, HET IS NIET VOOR U.

AKA ON THE ROAD

aka on the road – full pdf

 

DAT AGRESSIEVE KANTJE

De linkerkant van haar gezicht. Haar linker onder- en bovenarm. Haar linker heup, haar linkerbeen.

‘Wat is er gebeurd?’ vroeg ik.
‘Goh,’ zei ze. ‘Hij heeft nu eenmaal dat agressieve kantje.’
‘Agressief? Wie? Je vriend?’
‘Ja,’ zei ze. ‘Een keer per jaar komt dat aan de oppervlakte.’
‘En dan slaat hij jouw oppervlakte maar bont en blauw?’ vroeg ik.
‘Tja. Goh. Ik weet het niet. Het is niet zo’n ramp. Ik heb niks gebroken. Hij doet dat gewoon. De volgende dag is hij weer erg lief. En hij toont het echt maar een keer per jaar, dat agressieve kantje,’ zei ze.
‘Geweldig,’ zei ik. ‘En hoe lang zijn jullie al samen?’
‘Euh, zeven jaar,’ zei ze.
‘Oei,’ zei ik.
‘Goh, ja,’ zei ze.

DE TE

– ‘Ge moet u haasten.’
– ‘Ge moet u nog meer haasten.’
– De druk, te druk. Te druk, de druk.
– ‘Mevrouw, dat moet deze week.’ ‘Mevrouw, dat moet deze week.’ Maal achthonderd.
– Skip, skip, skip.

VRIJ NAAR MICHAEL CUNNINGHAM

‘Het is scheef.’
‘Nee, het is recht.’
‘Recht, zeg je? Ik vind dat het scheef is.’
‘Maar het is recht, zeg ik je.’

‘Het is rond.’
‘Nee, het is vierkant.’
‘Nee, rond. Maar anders zou ik het eerder rechthoekig noemen.’
‘Een rechthoek? Nee, een vierkant.’
‘Ik blijf bij rond.’
‘En ik bij vierkant.’

‘Anderzijds…. Het is niets.’
‘O jawel.’
‘Jawel? Je bedoelt dat het niet niets is? Wat is het dan?’
‘Het is alles.’
‘Alles, zeg je?’ Ik vind het eerder niets.’
‘O nee. Het is niet niets. Het is veel meer dan niets. Het is alles, dat is het. Alles. Punt.’

KOEN, KOEN EN KOEN

– Vanaf morgen regent het.
– Hartkloppingen.
– Werkmannen, altijd, overal!
– De geur van de bloemen.
– Ik moet die factuur nog maken. Nu.
– ‘Vieren’.
– Koen, Koen en Koen.
(Koen waart hier al lang ergens rond. Altijd. Onder ons dak, maar ook onder deze woorden. Mogelijk zelfs van in het begin.)
Koen zegt dat hij al lang geen lekke band meer had.
“Hela,” zegt hij. “Is dat niet straf?”
Hij heeft twee bussen olie nodig.
“Zijn dat twee dezelfde bussen?” vraagt hij.
Hij weet niet meer wanneer hij op onderhoud moet komen.
“Ik heb er nu 19.000,” zegt hij. “Nee, eum, 19.650,” zegt hij. En dat hij dan rond de 20.500 zal telefoneren. “Rond de 20.500 hé?” vraagt hij nog eens.
“Mag dat met bancontact?”
“Dag vrienden,” zegt hij tegen de honden maar ook een beetje tegen mij, mag ik hopen. En “Oei, ik vergeet mijn olie nog.”

NOG EN NOG

– Industrieel.
– De krukas is besteld.
– Nog een fles rode wijn.
– Een van zeventig en een van tachtig.
– Zelfbescherming.
– Maar ze zijn nog zo jong, mijnheer.
– Made in Thailand, Made in Taiwan, Made in Spain.

OP Z’N MINST

– Gemberthee. Minstens met honing en citroen of limoen.
– Het is nog stil nu. En de echo van die stilte.
– De briefjes, de briefjes.
– De lijsten.
– Het zoemen.

MOED

– De tabellen, mijnheer Macharis.
– Zij zijn niet afwezig. Ze doen gewoon alsof.
– Ondertussen weet hij ALLES over isolatie.
– Op Radio 1. Moet ik nu applaudisseren?
– Daar is moed voor nodig. Veel moed.