De leguaan?
Dat verhaal had ook anders kunnen lopen. Van links naar rechts, bijvoorbeeld.
Maar op die dag liep de leguaan gewoon vooruit. Hij volgde het touwtje dat hem verbond met een mens.
Hij knipoogde. Zei: “Het is er, maar het is er niet.” En hij lachte in zijn vuistje.
Even later ging de mens weer op pad en de leguaan volgde. Hij keek nog één keer achterom en knipoogde opnieuw.
Gisteren dacht ik eraan terug.
En plots was ook Jorge Luis Borges daar, met zijn Tuin met zich splitsende paden. Maar ik bevond me aan de andere kant van het land en had Borges’ boek niet bij me. Ik kon het niet vastnemen, het verhaal niet terugzoeken.
Er stond een wegwijzer. Ik moest kiezen: links of rechts?
Wat als beide wegen, na een paar honderd meter, of misschien pas na vele kilometers, toch weer samenkwamen?
Zou er dan een verschuiving in de tijd zijn, omdat de weg links vijf kilometer langer was dan die rechts?
Maar vooral: wat als ze allebei naar een totaal andere plek zouden leiden?