Ik volg de zon. Oost, Zuid, West. Mét hoofdletters. Zon.
Elke druppel alcohol heeft een wrange nasmaak. Stel er u niks bij voor; ik drink vooral water, thee, koffie, water, thee, koffie.
Vandaag nog dit en dat en morgen ook dit en dat en overmorgen – daar hoort geen punt achter. Nog niet.
Het lezen maar ook het schrijven, zelfs dit, haalt mijn hartslag naar beneden. Dé remedie. De reddingsboei.
‘Langs Opdorp,’ zei ik, want ik had ergens gelezen dat daar grote (enorme!) paardenbloemenpluizen stonden.
Ik had ze veel groter verwacht.
Een mens mag niks verwachten.
Ik greep dan maar naar H.’s prentenboek. Vogels. Ik herhaal hier een van mijn screensaverbestanden. Van H. dus.
Het internet valt uit bij sterke Noordoostenwind. Dat zal ik zo moeten zeggen aan de provider. En iets met de paal en een coaxkabel.
