Ik leg me neer en
doe mijn ogen dicht,
blijf stil
en luister.
Ik hoor niks.
Maar dan toch, plots,
een kinderlach
en stemmen van een vrouw, een man
en dan weer niks.
Of toch?
Getsjirp van merels, mussen,
af en toe de vrolijkheid
van zwaluwen
en
nu en dan het ruisen van de bladeren
en dan weer
niks.
Of toch?
Of niks?
Of toch?
De zwaluwen,
een duif of twee,
de zwaluwen – hun vrolijkheid.
Ik lig.
Ik houd mijn ogen dicht
en luister,
hoor weer even niks.
Of toch?