Hij zei Misschien moeten we het anders aanpakken. Eens gaan fietsen. Naar
Zij zei Ben je gek? Jij, fietsen? Jij en ik samen fietsen? Jij houdt dat niet eens een kilometer vol.
Hij zei Naar Bornem of misschien naar Temse. Binnendoor. Stoppen in Sint-Amands en langs de Schelde wandelen. Je kunt daar een bruiswater met pompel
Zij lachte Je meent het.
Hij zei niks.
Zij herhaalde Je meent het. Denk je nu echt dat ik na gisteren
Hij kuchte.
Zij zei Ik ga niet mee. En ik kom je niet redden als je tegen de vlakte
Hij zei Je moet mee. We kunnen praten.
Zij lachte nog luider Praten? Denk je dat ik nog met jou wil praten? En over wat? Over ons? Tssss. Wij zijn verzopen. Letterlijk. Wij liggen in de modderpoel. Jij spartelt nog wat omdat je het nog niet doorhebt.
Hij slikte Maar
Zij zei Je moet niks zeggen. Ik ben het zat. Spuugzat. Ik pak vandaag mijn valiezen. Ze komen me halen
Hij vroeg Wie?
Zij zei Om elf uur. Het zijn jouw zaken niet.
Hij vroeg Wie?
Zij zei Hou je mond.
Hij gooide.
Tag: raymond carver
CARVER
Hij zei Ik lees Carver want daar kan ik een en ander van jou in herkennen.
Zij zei Maar ik heb je de eerste Carver cadeau gedaan net omdat jij jezelf in die verhalen zou herkennen.
Hij zei Maar ik zie jou.
Zij zei Maar ik zie jou.
Hij zei Net zoals in dat bruinbeige boek ging jij ook ergens in een wildvreemd huis iets leveren en je ging op de sofa zitten en je dronk gezellig een kopje koffie met die man en zo voort, vooral En zo voort.
Zij zei En jij drinkt tot je erbij neervalt en je bent te koppig en je hebt al jarenlang ruzie met de buurman.
Hij zei Ja en jij doet alsof ik er niet ben.
Zij zei En jij hebt onze meubels vorige maand allemaal buitengezet en je verkocht onze mooie tafel voor tien euro!
Hij zei Het was jouw tafel!
Zij zei En nu zitten we zonder! Nu moeten we eten met ons bord op schoot! Het bestek klettert iedere dag op de grond. En jouw broeken zitten vol vetvlekken.
Hij zei Ja en over jouw stokstijve sokken zullen we maar zwijgen? En over de groezelige lakens?
Zij zei Zullen we het zo spelen? Wat lelijker? Zal ik ook
Hij Genoeg. Ik kruip terug in mijn Carver.
Zij Ik scheur hem in stukken.
Hij Ik heb hem van jou gekregen.
Zij Ja daar heb ik dik spijt van ik scheur hem straks echt in stukken en die andere twee ook.
Hij Ik sla je ermee op het hoofd.
Zij Dan bel ik de politie.
Hij Dan zal ik jouw persoonlijke vieze boekje eens helemaal opendoen.
Zij Bel dan ook maar dadelijk de ambulance.
Hij En zo voort. Trut. Ik zoek mijn Carver.
[Stilte. Zij gaat naar buiten. Komt terug binnen. Ze gooit.]