EEN OOGLID OF ZO


(We horen slechts 1 stem)

Ik wil uw linkerooglid.

Ja, ik weet dat het pijn doet.

Nu wil ik een kies.

Ja, ik weet dat het pijn doet.

Nu een hap uit uw linkerdij.

Jaja, ik weet dat het pijn doet.

En een van uw duimen. U mag kiezen dewelke.

Ja, ik weet dat het pijn doet.

Een wijsvinger. Wacht ik moet mijn mes even

Ja, ik weet dat het pijn doet.

Een stuk uit deze bovenarm.

En ja, ik weet dat het pijn doet.

De kleine teen van uw linkervoet.

Ja, ik weet dat het pijn doet.

En nu, dubbel jaja, beide tepels.

Ik herhaal, ik weet dat het pijn doet.

De volgende is een oorlel. Doe maar rechts.

Ja, ik weet dat het pijn doet.

De rechterhelft van uw hoofdhuid.

Ja, ik weet dat het pijn doet.

De onderste twee ruggenwervels.

Ja, ik weet dat het pijn doet.

Uw beste knieschijf.

Ja, ik zeg het iedere keer: Ik weet dat het pijn doet.

En een nier. Ik weet nog niet welke.

Ja, ik weet dat het pijn doet.

Uw linker ringvinger. De trouwring mag u houden.

Ja, ik weet dat het pijn doet.

Uw tongpunt.

Ja, ik weet dat het pijn doet.

Uw hart. Deels.. Ik moet nog beslissen welk stuk.

Ja, ik weet dat het pijn doet.

Uw ziel. Driekwart, graag. Wat overblijft mag u houden.

En o ja, ik weet dat het pijn doet.

DE LEGUAAN 2 – AKA ‘OLD STORIES’

De leguaan?

Dat verhaal had ook anders kunnen lopen. Van links naar rechts, bijvoorbeeld.

Maar op die dag liep de leguaan gewoon vooruit. Hij volgde het touwtje dat hem verbond met een mens.
Hij knipoogde. Zei: “Het is er, maar het is er niet.” En hij lachte in zijn vuistje.

Even later ging de mens weer op pad en de leguaan volgde. Hij keek nog één keer achterom en knipoogde opnieuw.

Gisteren dacht ik eraan terug.
En plots was ook Jorge Luis Borges daar, met zijn Tuin met zich splitsende paden. Maar ik bevond me aan de andere kant van het land en had Borges’ boek niet bij me. Ik kon het niet vastnemen, het verhaal niet terugzoeken.

Er stond een wegwijzer. Ik moest kiezen: links of rechts?

Wat als beide wegen, na een paar honderd meter, of misschien pas na vele kilometers, toch weer samenkwamen?

Zou er dan een verschuiving in de tijd zijn, omdat de weg links vijf kilometer langer was dan die rechts?

Maar vooral: wat als ze allebei naar een totaal andere plek zouden leiden?