PAD

Het pad is van stro, het pad is van goud, het pad is van stro, het pad is van goud.

BEDDING

De kiezels, de stenen, de betonnen platen in dezelfde bedding.

HUIS

Er is het huis, het huis met de blauwe luiken.

ZON

Waar is de zon? Zij is laat. Zij hield zich niet aan haar afspraak. Of wel?

WOLKEN

Het spel van de wind met de wolken.

BOMEN

Het spel van de wind met de bomen.

WOUD, WOUDEN

Er zijn de wouden.

RIVIER

Er is nog meer. Er is een rivier. Er is een tweede, kleinere rivier.

SCHADUW

Een hond zoekt schaduw, anders verbrandt hij zijn poten.