Het sneeuwt en ze zegt
Tijd voor een wandeling
maar voordat ze haar sjaal om heeft blijft ze aan haar scherm hangen en vergeet ze de koffie.
De sneeuw wacht, de wandeling wacht, de honden houden haar in de gaten maar ze zit
vast.
Ze staat op.
Ze merkt amper dat de koffie te lauw is en blijft aan een ander scherm kleven. Ze zit weer
vast.
Het sneeuwt nog altijd.
Zonder dat ze het beseft hoort ze de bijna-ijskorrels op de koepel vallen en groeit de laag sneeuw
tot tien
twintig
dertig centimeter
en is de koffie koud.
Ze kijkt op van een van haar schermen, bedenkt zich, kijkt weer en zit
vast.
Om elf uur schelt de deurbel.
Ze schrikt, fatsoeneert haar trui en poetst haar bril.
De honden blijven verwonderlijk rustig en zij gaat de hal in, opent de voordeur, ziet niemand
enkel de voetsporen in de sneeuw.
Ze knippert met de ogen, gaat terug aan tafel zitten, staat weer op, de koffie
is bijna ijs geworden.
Ze maakt zich een nieuwe kop.
De deurbel
de honden rustig
de hal
de voordeur
enkel de voetsporen
de koffie
een scherm
de deurbel
de honden
de hal
de voordeur
enkel