SOMS IS HET EEN RONDE TAFEL, OF EEN HOGE

Zij zijn veel slimmer dan wij.
[ik neem mijn hoed af]
Ze zitten de ganse dag aan een van hun
tafels
en voeren diepgaande
gesprekken
over hun hoogstaande
leven,
[ik neem mijn hoed af]
over wat ze gisteren en vanochtend
deden
[ik neem mijn hoed af]
en over hun betekenis in onze huidige
mij.
[ik kort het af]
[ik neem mijn hoed af]


Ze drinken een wijntje
en een koffie
en een wijntje.
Ze keuren de geuren en kleuren ervan en
bespreken, benoemen, beschrijven de bonen en druiven
[ik neem mijn hoed af]
en drinken een extra wijntje
en koffie
en

Ze zijn tevreden.
Zeggen hoe goed ze het deden
en doen
en zullen.
Ze maken een scala aan plannen – een speech,
een lezing, een artikel, een boek
[ik neem mijn hoed af]
en tellen wie ze ondertussen al kennen
in welke landen
op welke zenders en online platformen
en hoe de laatste vlucht was
en zal

Dus ja,
inderdaad,
echt en echt,
ik neem mijn hoed af
en buig
en bewonder
en volg
en bewonder.
Ik val misschien in zwijm
want bewonder,
neem mijn hoed af
en buig
diep
diep
en nog eens
en dieper
tot
mijn hoed valt.

GEZELSCHAP

En de kater heeft alweer een muis te pakken en vindt dat hij die per se in huis moet brengen.
Ik haast me snel naar binnen en sluit de deur, maar blijf het schouwspel in de gaten houden.
Kater Maurice maakt rechtsomkeer, zegt ‘Foert, dan kruip ik met mijn muis tussen de salie en speel ik daar nog even verder. Maar oei, die domme muis beweegt niet meer. Grrr, ik moet een andere zoeken.’
Maurice huppelt in grote sprongen over de kasseistrook en het gazon, richting het bos.
Ik ga weer naar buiten en kijk even rond.
De steenraketten!
De kamperfoelie!
Met diepe halen adem ik zo veel mogelijk frisse lucht in.
‘Max!’ roep ik.
Max komt direct, ik lijn hem aan en neem hem mee de garage in. Hij springt het liefst in de kofferbak terwijl ik het niet zie, dus draai ik me om en zeg ‘Hop!’
‘Goed zo,’ zeg ik, geef hem een aai en sluit de klep van de kofferbak.
Ik stap in de auto en start de motor.

BAD DREAM


‘Deze.’

‘Huh?’

‘De wereld.’

‘Wat bedoel je?’

‘De wereld van vandaag is erg genoeg. De volgende hoef ik niet mee te maken.’

‘Wat zeg je nu?’

‘Dat ik het niet kan en niet wil geloven. Dat het niet nog erger kan of mag. Dat er te veel grenzen overschreden worden. Dat mensen te blind zijn. Blinderder. Ik zal me opsluiten, in mijn kot van oude woorden en boeken. Ik heb er voldoende. Er liggen ook nog minstens twee dozen met oude kranten in mijn kamer. Niet dat het in de tijd van die oude kranten zo glorieus was. Tja. Ik verhuis die dozen mss beter naar de zolder. Dan hoef ik er niet meer aan te denken – aan het toenmalige ‘niet zo glorieuze’. Maar nu? Dit? In mijn wereld? Dit kan mijn wereld niet zijn. Het moet een boze droom zijn. Wake me up.’


6/11/2024

‘Wake me up’ deed me aan ‘Bring me to life’ van Evanescence denken. Niks mee te maken (tja), maar ik zet het hierbij.