LICHT

Het licht zat goed. Blauw, blauwer, grijs, blauw, blauwer. Dat kon alleen hier. Blauw, nog blauwer. Ik ken al de benamingen van het blauwe niet. Ik nam een foto en nog een.

Er is niet te veel wind.
Nee.
Het licht is weg.
Ja.
Het licht is terug.
Ja.
Het is waar, wat je zei, van dat licht hier.
Ja. We moesten naar de Phare komen. We moeten altijd naar de Phare komen.
Word je die niet beu dan?
Nee. Het licht. We zijn geen fotografen maar je ziet het licht toch?
Ja. De vogeltjes zijn er niet.
Nee, die zijn er niet.
De rotsen zijn niet glad.
Nee.
Het is ideaal voor de hond, we hadden de hond moeten meebrengen.
Ja.
Het licht, de lucht, de wolken.
Ja.
Je wou komen.
Ja.

(Van Gatteville-Le-Phare tot Londerzeel, november 2015)

Advertenties

TERUG

gatteville
We zijn daar pas geweest, zei hij.
Dat is een jaar geleden, zei ik. Of langer.
Op de laatste dag reden we dan toch naar de phare.
De vogeltjes zijn er niet, die vele piepkleine lopende vogeltjes. Ja, dat was hier.
Dat was ook ginder vooraan.
Denk je?
Ja, ook ginder vooraan.
De kreukeltjes liggen hier voor het rapen. Kijk, zo’n grote.
Kun je die opeten dan?
Ja, eerst koken. Tijdens het seizoen heb je de kans niet. Dan zijn ze weg voordat je ze kunt zien. Maar nu is er niemand.
Nee, niemand.

GEEN FOTO’S

Geen foto’s?
Nee.
Waarom niet?
Ik wil het moment niet vangen.
Huh?
Ik wil het moment niet vangen, zeg ik. Ik wil het moment eeuwig laten duren en als ik een foto maak, dan vang ik het. En ik wil beter kunnen kijken. Het moet me overrompelen en dat kan niet als ik dat rechthoekige kadertje gebruik.
Meen je dat?
Ja.
Geen foto’s dan?
Nee.