EVEN NORMAAL ALS GROEN GROEN EN EEN PLUS EEN

Mijnheer, u zei dat ik mijn mailbox netjes moet leegwerken, mijnheer, maar als ik drie mails beantwoord of verwijder, dan komen er vijf nieuwe bij, en zo blijf ik bezig, mijnheer, de ganse dag. Ik doe niks anders dan klikken en typen en deleten en beantwoorden en bestanden toevoegen en sorteren en archiveren, mijnheer, en dat telkens van acht tot vijf. En dan heb ik het nog niet over het scrollen en zoeken en over de standaardreply’s die ik moet creëren, mijnheer, en over de spambox die ik moet controleren, telkens weer.
En zo hoort het, zei u?
En geen spelfouten typen, geen enkele mail vergeten, de contactpersonen dubbelchecken, hun gegevens bewaren en telkens aanvullen in de lokale software. Voor de gerichte marketing en volgens doelgroep, zei u. Voor de verkoop en de resultaten en voor een goeie balans, voor het marktaandeel en voor nog vanalles, zei u.
Zeg eens eerlijk, mijnheer, als dat kan, en excuus dat ik het vraag, mijnheer, maar vind u die manier van werken normaal?

OF SEPTEMBER

Ik heb over ons gedroomd, zei zij.
Ja? vroeg hij.
Ja.
Oh.
Ja, dat we in het bos van Lippelo waren en dat we wandelden, een ganse namiddag, we kwamen niemand tegen, jij en ik waren daar, en het bos en de bomen.
Oh.
Mooi hé?
Ja.

Ik heb ook over ons gedroomd, zei hij.
Ja? vroeg zij.
Ja.
Oh.
Ja. We waren samen thuis.
Thuis?
Ja, thuis. We stonden in de keuken en maakten een visschotel.
Vis?
Ja, kabeljauw. Het was gezellig. We kookten en aten, praatten en lachten. We ruimden af en liepen nog even door de tuin. Dan gingen we slapen.
Ja?
Ja.
Oh.

Wanneer zie ik je nog eens?
Ik weet het niet. In juli zal het wel lukken.
Dat is nog lang.
Ja.
Bel je me?
Ja. Je weet dat ik je bel.
Ja.